Voorbereiding op de implementatie van de nieuwe EU-richtlijn ter preventie van prikaccidenten Wat houdt risicobeoordeling in?



(Persbericht) Door Alexander Alonso, Country Business Director Benelux, BD Medical Surgical Systems en Yann Wouters, Sales & Marketing Director Benelux, BD Diagnostics Preanalytical Systems

Sinds het begin van dit millennium is er door werknemersverenigingen in de gezondheidszorg veel werk verricht om het gevaar van prikaccidenten onder de aandacht te brengen. Het Europees Parlement beschrijft prikaccidenten als “één van de grootste gezondheids- en veiligheidsrisico‘s op de Europese werkvloer, met naar schatting één miljoen prikaccidenten per jaar” .

Nu dat de EU-wetgeving waarin verplichte vereisten aan de bescherming van de gezondheidswerker, is goedgekeurd , moeten ziekenhuizen en organisaties in de gezondheidszorg snel strategieën opstellen zodat ze tijdig kunnen voldoen aan de wetgeving. De nieuwe richtlijn is ontworpen om te helpen voorkomen dat gezondheidswerkers verwondingen oplopen door scherpe medische voorwerpen zoals hypodermische naalden en instrumenten voor bloedafname. Deze prikaccidenten kunnen leiden tot besmetting met door bloed overdraagbare ziekteverwekkers, zoals hepatitis en HIV. De richtlijn moet uiterlijk in mei 2013 in alle EU-landen als nationale wet worden ingevoerd. Het plannen van de naleving van de EU-richtlijn is echter een dringende kwestie die nu moet worden aangepakt en niet kan wachten tot 2013.

Uit veel onderzoeken is gebleken dat het ingebruiknemen van veiligheidsproducten (producten met ingebouwde veiligheidsmechanismen), zoals naalden, bloedafnamesets en intraveneuze katheters waarbij de naald kan worden afgeschermd of ingetrokken, in combinatie met verbeterde training en aangepaste werkwijzen het aantal prikaccidenten drastisch vermindert . De richtlijn verplicht gezondheidsinstellingen maatregelen te nemen om prikaccidenten bij het personeel te voorkomen, door het gebruik van veiligheidsproducten.

Aangezien de richtlijn stelt dat werkgevers de verantwoordelijkheid hebben het personeel te beschermen tegen prikaccidenten, is naleving van de richtlijn verplicht. Ondanks het feit dat in heel Europa de zorgbudgetten onder druk staan, hebben reeds een groeiend aantal gezondheidsorganisaties toch een sterke business case voor het overstappen naar veiligheidsproducten gemaakt. Gezondheidsorganisaties die al zijn overgestapt zien in dat het gebruik van veiligheidsproducten een integraal onderdeel is van hun inspanningen om personeel een veiligere werkomgeving te bieden, de kosten van behandeling en verzuim te elimineren en kostbare en schadelijke rechtszaken te vermijden.

De Britse werkgeversorganisatie NHS Employers, dat onderdeel is van de NHS Confederation en partner van de European Hospital and Healthcare Federation, publiceert specifiek advies over het implementeren van de EU-richtlijn. In dit advies wordt benadrukt dat werkgevers de hiërarchische controle moeten naleven die uiteen wordt gezet in bestaande Europese richtlijnen en dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) daarnaast ook maatregelen heeft opgesteld voor het voorkomen van prikaccidenten. Wanneer een risico niet kan worden weggenomen, moet de werkgever gepaste maatregelen nemen om het risico te minimaliseren, onder andere door het verstrekken van veiligere naaldinstrumenten.

Bij het opstellen van strategieën voor het naleven van de EU-richtlijn is er echter één punt dat besproken en verduidelijkt moet worden. De richtlijn verwijst specifiek naar: “het voorkomen van het onnodige gebruik van scherpe instrumenten door wijzigingen te implementeren in de praktijk en op basis van de resultaten van de risicobeoordeling, waarbij medische instrumenten worden verstrekt met ingebouwde veiligheids- en beschermingsmechanismen ”. Maar wat is het uitgangspunt van een dergelijke risicobeoordeling, en bestaat er zoiets als een laag risico?

De richtlijn stelt: “De risicobeoordeling omvat een bepaling van de blootstelling, waarbij het belang van een goed toegeruste en georganiseerde werkomgeving wordt onderkend en heeft betrekking op alle situaties waarin sprake is van letsel, bloed of ander potentieel infectiemateriaal”, terwijl een van de principes luidt “….dat er nooit van mag worden uitgegaan dat er geen risico is.”

Op basis hiervan kan de bewoording van de EU-richtlijn worden uitgelegd als daar waar holle naalden worden gebruikt een risico aanwezig kan zijn, gezien het feit dat deze naalden relatief grote (en daarom met name gevaarlijke) hoeveelheden potentieel besmet bloed kunnen bevatten. Dit is een mogelijke verklaring voor het feit dat organisaties die ervoor hebben gekozen om vrijwel volledig over te stappen op het gebruik van veiligheidsproducten, dat meestal hebben gedaan omdat deze overstap het risico op prikaccidenten aanzienlijk vermindert en het ook een relatief goedkope manier is om op een verantwoordelijke manier om te gaan met de bescherming van de veiligheid van hun gezondheidswerkers.

Het is noemenswaardig dat bij prikaccidenten circa 20 levensbedreigende, door bloed overdraagbare pathogenen, waaronder Hepatitis B (HBV), Hepatitis C (HCV) en HIV kunnen worden doorgegeven . Bij een prikaccident met een besmette naald of een ander scherp voorwerp, heeft één op de drie gezondheidswerkers kans op besmetting met Hepatitis B (HBV), één op de 30 op besmetting met Hepatitis C (HCV) en één op de 300 op besmetting met HIV . Wanneer van risico‘s overgegaan wordt op de werkelijkheid , zijn de cijfers zeer zorgwekkend, met onderzoekresultaten waaruit blijkt dat er tussen één en twee HCV-conversies voorkomen bij elke honderd prikaccidenten (percutane blootstelling).

In de meeste nationale wetgevingen vormen de juridische en reputatie risico‘s van prikaccidenten en de daaropvolgende infecties een duidelijk en actuele dreiging, en niet iets dat pas relevant is vanaf de deadline van de EU-richtlijn in 2013. In het Verenigd Koninkrijk is de ernst van prikaccidenten bijvoorbeeld bevestigd door een uitspraak van het hoger gerechtshof, met rechtstreekse gevolgen voor het recht op schadevergoeding van de verwonde partij . Daar vond onlangs een cruciale ontwikkeling plaats toen de regelgevende autoriteit (de Health and Safety Executive) in een spraakmakende zaak actie ondernam tegen een NHS-ziekenhuis waar een gezondheidsmedewerker een prikaccident opliep die resulteerde in een HCV-infectie . Andere Europese landen met reeds bestaande wetgeving voor de bescherming van gezondheidsmedewerkers waarbij vergoedingen of boetes aan slachtoffers kunnen worden uitgekeerd, zijn bijvoorbeeld Frankrijk , Duitsland , Italië en Spanje .

Wanneer moeten organisaties dus beginnen met het ontwikkelen van veiligheidsbeleid waarmee ze de EU-richtlijn naleven? Volgens invloedrijke en onafhankelijke instanties is de klok al aan het tikken. In het implementatieadvies van NHS Employer staat bijvoorbeeld duidelijk: “Er moet onmiddellijk worden gestart met onderhandelingen over nationale implementatie, zodat ernstige beroepsrisico´s zo snel mogelijk worden verminderd.” Bij het plannen van een overstap op veilgheidsproducten moeten organisaties rekening houden met de tijd die nodig is voor het uitvoeren van een risicobeoordeling, het evalueren van producten en het beginnen met trainingen zodat artsen vertrouwd zijn met de producten en er volledige naleving is vóór de deadline van mei 2013. In aanvulling hierop adviseert het European Biosafety Network dat het enige effectieve beleid is om veiligheidsproducten zo snel mogelijk overal te introduceren waar naalden of katheters worden gebruikt. In de implementatierichtlijnen wordt specifiek gewaarschuwd: “Pogingen om veiligheidsproducten alleen op bepaalde gebieden of alleen voor bepaalde patiënten te implementeren, zouden niet praktisch uitvoerbaar en niet effectief zijn.”

Het is dus duidelijk dat de bewoording van de EU-richtlijn en de implementatierichtlijnen van onafhankelijke instanties de nadruk leggen op het belang om overal waar er risico op prikaccidenten is, effectieve veiligheidsmaatregelen te nemen, waaronder het gebruik veiligheidsproducten. Dezelfde instanties adviseren dat het plannen van naleving van de EU-richtlijn een dringende zaak is en niet iets waarmee kan worden gewacht tot 2013. Bovendien heeft een groeiend aantal gezondheidsorganisaties in Europa besloten de richtlijn al lang vóór de juridische deadline na te leven, omdat ze duidelijke voordelen zien in het beschermen van hun medewerkers en het vermijden van financiële, juridische, regelgevende en reputatie risico´s.

(voor literatuur/referenties neem contact op met willemijn@lindsellmarketing.com)



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: