Nederland maakt al sinds enkele jaren moeilijke tijden door. Niet alleen in sociaal opzicht, maar ook op het terrein van de etnische verhoudingen tekent zich een riskante tweedeling af. De spanningen rondom de migranten en moslims lopen sinds 11 september 2001 hoog op.

 

Het kabinet dat de plicht heeft om de sociale en etnische cohesie te herstellen en alle burgers te beschermen, kiest bewust voor de politiek van confrontatie, provocatie en het tegen elkaar uitspelen van bevolkingsgroepen. Sterker nog, het kabinet heeft pertinent geweigerd om het Europees Verdrag ter bescherming van nationale minderheden van toepassing te verklaren voor etnische minderheden in Nederland.

Gebruikmakend van het anti-klimaat tegen de migranten in het algemeen en de moslims in het bijzonder drukt de regering maatregelen door die de rechten van deze burgers aanzienlijk aantasten. Zo wordt bijvoorbeeld het recht op gezinshereniging als gevolg van eenzijdige hoge inkomenseisen beknot en een inburgeringplicht op kosten van de mensen zelf ingevoerd. Tevens wordt de afhankelijkheid van de verblijfsvergunning van migrantenvrouwen verlengd van drie naar vijf jaar. Tegelijkertijd worden maatregelen voorbereid om eenzijdig de stichting van eigen scholen feitelijk tegen te gaan en burgers met de Nederlandse nationaliteit (Antilianen) het land uit te zetten. Een aantal van deze maatregelen leidt tot ongelijke behandeling en staat haaks op de Nederlandse grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De manier waarop vluchtelingen en asielzoekers in de illegaliteit gedumpt worden is inhumaan en mensonwaardig.

De denigrerende, intimiderende en arrogante toon van sommige bestuurders en politici tegen migranten en asielzoekers is koren op de molen van extreem-rechts en de racisten in het land, die tegenwoordig openlijk hun verwerpelijke ideologie kunnen etaleren. Nederland is tegenwoordig het Europese land met het grootste aantal racistische incidenten en fysiek geweld tegen migranten en hun gebouwen. In het kader van de terrorismebestrijding heeft het kabinet maatregelen aangekondigd die ons met grote zorg vervullen over de gevolgen daarvan voor de grondrechten van burgers. Immers burgers kunnen in hun vrijheid beperkt worden zonder een feitelijke en juridische verdenking. Zelfs rechters hebben protest aangetekend tegen deze dreigende uitholling van de rechtstaat. Het kabinet beseft niet dat de willekeur van dit soort maatregelen een verdere radicalisering in de hand werkt. Deze politiek is onverantwoord en moet daarom gekeerd worden.

In een samenleving waar burgers met verschillende sociaal-culturele achtergronden en religies leven, hebben wij een bestuur nodig dat integreert maar niet desintegreert. Wij willen graag in onderlinge solidariteit en bondgenootschap de maatschappelijke problemen aanpakken die onze samenleving raken, maar de sociale en culturele binding die daarvoor wenselijk en noodzakelijk is wordt door het bestuur zelf uitgehold.

In een tijd van een -al dan niet reële- dreiging voor onze politieke stelsel hebben wij een bestuur nodig dat juist vasthoudt aan onze democratie. In een tijd van onzekerheden, angst voor elkaar en etnische spanningen hebben wij een bestuur nodig dat verbindend optreedt en de mensen bijeen houdt: een bestuur dat van en voor iedereen is.

bron:Comitee Genoeg is Genoeg