De rechtbank van Zutphen heeft een 25-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar met oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling en dwangverpleging wegens doodslag, gepleegd op 31 oktober 2004 te Doetinchem en poging tot moord, gepleegd op 6 januari 2005 te Zutphen.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het eerste feit dat de verdachte een toevallige passant heeft afgeslacht waarbij hij excessief geweld heeft gebruikt.

Met betrekking tot het tweede feit overweegt de rechtbank dat sprake was van voorbedachte rade: de verdachte heeft zich immers voordat hij een gesprek aanging met het slachtoffer voorzien van een geprepareerd mes. Na zich met het slachtoffer te hebben afgezonderd heeft verdachte onverhoeds met dat mes meermalen op het slachtoffer ingestoken; het slachtoffer had dertien verwondingen aan zijn gezicht en andere delen van het lichaam. Gelet op die verwondingen heeft de verdachte willens en wetens de mogelijkheid aanvaard dat het slachtoffer zou overlijden en dat dat niet gebeurd is, is te danken aan het ingrijpen van derden.

De strafmaat wordt in hoge mate bepaald doordat de verdachte volgens de gedragsdeskundigen lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens waardoor hij (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar is. Daarnaast is de kans op herhaling zeer groot volgens dezelfde deskundigen.

De vordering van het slachtoffer van het tweede feit is tot een bedrag van 3.000 euro wegens smartengeld toegewezen.

bron:Rechtbank Zutphen