Werklozen en arbeidsongeschikten met een actief vrije tijdsbestedingsgedrag (wandelen, fietsen, sporten, cafà©- of kerkbezoek, tekenen, muziek maken) zoeken gemiddeld genomen evenveel naar werk als werklozen en arbeidsongeschikten die een passief patroon vertonen. Ook bleken gezondheidsklachten en een buitenlandse afkomst actief werk zoeken niet in de weg te staan.

Deze opmerkelijke resultaten zijn gebaseerd op een her-analyse door TNO van gegevens uit het Periodiek Onderzoek Leefsituatie (POLS) van het CBS. Hierin worden jaarlijks zo'n 10.000 Nederlanders ondervraagd over hun leefsituatie. De resultaten zijn gepubliceerd in het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken van oktober 2005.

Wel zijn drie andere factoren in sterke mate van invloed op het zoekgedrag van niet-werkenden. Het typische profiel van de 'niet-zoeker' is: (1) een oudere leeftijd, (2) laag opgeleid en (3) vrouw zijn. Opvalllend hierbij is dat Nederlanders met een allochtone achtergrond daar niet bij horen. Allochtonen met een WAO uitkering zoeken aanzienlijk vaker werk dan Nederlanders met een autochtone achtergrond.

In het onderzoek bleek dat 38% van de werklozen (WW, Abw) werk willen hebben en 23% ook daadwerkelijk werk zoekt. Van de arbeidsongeschikten (WAO) wil maar 13% werk, terwijl 5% actief naar werk zoekt.

Voor het beleid betekent dit dat geïnvesteerd moet worden in nieuwe banen, bijvoorbeeld door het motiveren van werkgevers om mensen uit kansarme groepen aan te trekken. Dat geldt met name voor de banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Pas als er voldoende banen zijn loont het de mensen te stimuleren weer aan het werk te gaan. De arbeidsmarkt, zoals die nu werkt, zal vooral oudere en laag opgeleide niet werkenden demotiveren om weer aan het werk te gaan.

bron:TNO