In 2004 hadden ruim 12 duizend boeren, bijna 15 procent van alle boeren, een opvolger klaar staan om het bedrijf over te nemen. In 1996 was dit nog op ruim 23 procent van de bedrijven. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.
Tienduizenden 55-plussers zonder opvolger
Het vraagstuk van de bedrijfsopvolging speelt vooral op ongeveer 40 duizend boerenbedrijven met bedrijfshoofden die 55 jaar of ouder zijn. 23 duizend bedrijven hebben één bedrijfshoofd en op deze bedrijven hebben slechts 4 duizend boeren de opvolging geregeld. De overige 17 duizend bedrijven hebben meer dan één bedrijfshoofd en zijn vaak maatschappen. Van deze bedrijven hebben er ruim 8 duizend een bedrijfsopvolger, 9 duizend bedrijven zijn nog zonder opvolger. Kortom, op 28 duizend van de 40 duizend boerenbedrijven waar de bedrijfsopvolging in de periode 2004–2014 aan de orde komt stond in 2004 nog geen opvolger klaar.

Bedrijfsovername uitstellen
Het aantal bedrijfsopvolgers onder de 30 jaar is de laatste jaren behoorlijk afgenomen. In 1996 was ruim de helft van de bedrijfsopvolgers jonger dan 30 jaar, in 2004 was dit nog een derde. Dit betekent dat het ook steeds lastiger is geworden voor jonge ondernemers om het boerenbedrijf over te nemen.

Kennelijk wordt de bedrijfsovername uitgesteld zodat de bedrijfsopvolger kapitaal kan opbouwen door te werken op het oerenbedrijf.

Minder boerenbedrijven
Mede doordat de belangstelling voor bedrijfsovername daalt, neemt ook het aantal landbouwbedrijven af. In de laatste tien jaar zijn gemiddeld ongeveer 8 boeren per dag gestopt met hun bedrijf. In 2004 waren in Nederland nog 83,5 duizend boerenbedrijven, tegen 111 duizend in 1996.

Traditie en rationele afweging
Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor de verminderde belangstelling een boerenbedrijf over te nemen. De eerste is dat bedrijfsopvolging steeds minder wordt gestuurd vanuit de traditie en steeds vaker een rationele afweging is. Het afnemende animo om het boerenbedrijf over te nemen hangt, vaker dan vroeger, samen met de economische resultaten, de regelgeving en de aard van het (onregelmatige) werk.

Steeds hoger opgeleid
De bedrijfsopvolgers zijn ook steeds hoger opgeleid. Dat vergroot hun keuzemogelijkheden. Op bijna 20 procent van de landbouwbedrijven met een bedrijfsopvolger heeft deze laatste een hbo-opleiding of een universitaire opleiding. Dit was in 1996 nog ongeveer 13 procent. Verreweg de meeste landbouwbedrijven (66 procent) worden overgenomen door een opvolger met een mbo-opleiding.

bron:CBS