Bedrijven komen moeilijker aan geld in Limburg



Twee op de vijf Limburgse bedrijven zegt dit jaar moeilijker aan financiële middelen te kunnen komen dan vorig jaar. Vooral het strikter worden van banken in het verstrekken van kredieten, de slechtere bedrijfsresultaten en de slechtere situatie in de gehele branche worden hiervoor als redenen genoemd. Voor consumenten blijkt het veel eenvoudiger om momenteel extra geld te lenen. Bijna vier op de vijf consumenten die de eerste maanden van 2005 geld heeft geleend, heeft dit als makkelijk ervaren.

Dit blijkt uit de resultaten van de Barometer Economie Limburg (BEL) die in juni 2005 is gehouden onder Limburgse bedrijven en Limburgse huishoudens. De BEL verschijnt ieder kwartaal en is een initiatief van de beide Limburgse Kamers van Koophandel, L1 Radio & TV en E,til. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Flycatcher Internet Research. Naast de gebruikelijke conjunctuurvragen is dit keer speciale aandacht besteed aan de financiering van bedrijven, het sparen, lenen, beleggen en uitgeven door consumenten, en de eerste effecten van de EU-uitbreiding voor Limburgse bedrijven.

Ondernemingen en financiering
In de eerste vijf maanden van 2005 heeft 19% van de Limburgse bedrijven extra geld of financiering aangevraagd, waaraan in iets meer dan de helft van de gevallen is voorzien via een extra rekening courant krediet. Daarnaast zijn vooral langlopende leningen (anders dan een hypotheek of achtergestelde lening) of extra dan wel langer leverancierskrediet verstrekt. De extra financieringsbehoefte betrof vooral de normale bedrijfsactiviteiten, uitbreidingsinvesteringen of overbruggingskredieten.

Gevraagd naar het gemak waarmee begin 2005 deze extra financiële middelen konden worden verkregen in vergelijking met vorig jaar, blijkt dat dit voor bijna 40% van de bedrijven moeilijker is geworden. Redenen zijn vooral het strikter worden van banken in het verstrekken van kredieten, de slechtere bedrijfsresultaten en de slechtere situatie in de gehele branche. Ook de slechtere vooruitzichten van het bedrijf, het slechtere imago van de branche en een nieuwe accountmanager bij de bank worden - zij het wat minder vaak - als redenen opgevoerd. Daar tegenover zegt bijna 20% dat het verkrijgen van extra financiële middelen begin 2005 juist makkelijker was dan vorig jaar, omdat het bedrijf nu betere vooruitzichten of resultaten kent dan vorig jaar. Concurrentie tussen banken en betere begeleiding door externe adviseurs spelen ook een rol.

Geconcludeerd kan worden dat het per saldo moeilijker is geworden om geld te lenen. Dit bevestigt het beeld dat hierover bij de Kamer van Koophandel Zuid-Limburg bestond naar aanleiding van verschillende toeristische investeringsprojecten. Hieruit is tevens gebleken dat er bij ondernemers vooral behoefte bestaat aan relatief kleine bedragen (zgn. microkredieten).

Basel II
Van de term Basel II en het bijbehorende kapitaalakkoord heeft 85% van de Limburgse ondernemers nog nooit gehoord. Van degenen die er wel eens van gehoord hebben, weet een derde niet wat de beide begrippen inhouden. Voordat dit akkoord in 2007 ingevoerd zal worden, moet dus nog veel gedaan worden

met betrekking tot voorlichting hierover aan ondernemers. De verwachting is immers dat bedrijven die onvoldoende anticiperen op de toenemende informatiebehoefte van banken uiteindelijk met hogere kosten worden geconfronteerd door de (fors) zwaardere rentecondities. In haar voorlichting zullen de Limburgse Kamers van Koophandel hier dan ook de nodige aandacht aan gaan besteden.

Consumenten

Consumenten en financiële zaken
Als Limburgse consumenten E 10.000,- belastingvrij zouden ontvangen, zegt een groot deel (59%) dit te gaan sparen. Iets minder dan de helft geeft het geld uit aan duurzame artikelen en bijna drie op de tien Limburgers aan vakantie/reizen of het aflossen van schulden. Maar liefst één op de zeven huishoudens zou dit extraatje besteden aan alledaagse uitgaven als voeding en kleding. Beleggen blijkt met 7% een stuk minder populair dan sparen.

Het is volgens 63% van de consumenten dan ook een ongunstige tijd om te beleggen, tegen 11% die het hiervoor wel een gunstige tijd vindt. Op dit moment belegt iets meer dan een kwart van de huishoudens in aandelen, obligaties of onroerend goed. Vooral aandelen zijn populair (86%), gevolgd door obligaties (30%). Onroerend goed sluit met 8% de rij. In vergelijking met vorig jaar is in de periode januari t/m mei 2005 minder belegd in aandelen en obligaties en meer in onroerend goed.

Per saldo vinden consumenten het ook een ongunstige tijd om te lenen en grote uitgaven te doen. Ten aanzien van sparen vinden bijna evenveel consumenten het een gunstige of een ongunstige tijd. Dit impliceert dat de Limburgse consument niet goed weet of het nu wel of geen ongunstige tijd is om te sparen. Slechts 12% is in de eerste maanden van 2005 dan ook meer gaan sparen dan vorig jaar, 40% minder en bijna de helft evenveel als vorig jaar. De consument is blijkbaar erg voorzichtig, hetgeen past bij het oordeel over de algemene economische situatie en de eigen financiële situatie zoals in de BEL-Index voor Consumentenvertrouwen naar voren is gekomen: consumenten lijken momenteel weinig tot geen vertrouwen te hebben in de economie.

Een lening of hypotheek heeft bijna 80% van de Limburgse huishoudens. Hiervan heeft vervolgens 84% een hypotheek en 31% een lening. Iets meer dan een kwart heeft in 2005 meer geleend dan vorig jaar. De overgrote meerderheid vond dat het makkelijk was om extra geld te lenen van de bank. Tot slot gaf 7% van de consumenten aan wel eens geld geleend te hebben aan familie, vrienden of kennissen om een bedrijf te starten of om hun bedrijf te financieren.

bron:KvK Zuid-Limburg



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: