Bijna alle originelen van de middeleeuwse miniaturen van Gebroeders Van Limburg in à©à©n tentoonstelling zien, is een "kunsthistorische droom'', zo menen kenners in de hele wereld. Het Nijmeegse Museum Het Valkhof maakt die droom nu voor drie maanden waar. Vandaag opent koningin Beatrix de expositie ´Nijmeegse meesters aan het Franse hof' met de ondertitel Nooit eerder gezien, nooit meer te zien!.

2000 jaar Nijmegen
De tentoonstelling heeft plaats in het kader van het 2000-jarig bestaan van de stad. Jaren geleden is al een speciale stichting opgericht om de droom waar te maken. Desondanks dacht conservator Roelofs heel lang dat het een "ridicuul idee'' was, zei hij gisteren tijdens een voorbezichtiging van de expositie.

Eà©nmalig
Musea uit de hele wereld hebben bruiklenen afgestaan, zodat Het Valkhof nu bijna alle werken van Herman, Paul en Johan van Limburg kan tonen. Het vermaarde werk Les Trà¨s Riches Heures ontbreekt, omdat ooit bij testament is bepaald dat dat werk Frankrijk nooit meer mag verlaten. Een deel van de kunstschat is eeuwenlang opgeborgen geweest. Ook staat vast dat sommige stukken na de Nijmeegse expositie nooit meer aan daglicht blootgesteld zullen worden, zei Roelofs.

Duc de Berry
De broers van Limburg kwamen voort uit een schildersgeslacht. Zij woonden in Nijmegen, in die tijd een belangrijk centrum van handel en kunst. Via familierelaties kwamen de begaafde broers in contact met de hertog van Gelre, die hun werk aan de Franse hertog Jean de Berry toonde. Die Bourgondische vorst nam de broers op in zijn hof en liet hen van 1400 tot 1416 werken aan miniaturen en teksten. Tussen 1415 en 1416 overleden de broers kort na elkaar, vermoedelijk aan de pest.

Getijdenboek
Het werk van de gebroeders betreft vooral zogenoemde ´getijdenboeken'. Een getijdenboek- livre d'heures in het Frans en liber horarum in het Latijn - is een boek dat het mogelijk maakt om het officiële gebed van de Kerk, het zogenaamde officie, in afzondering op de juiste tijden oftewel ´getijden' te bidden.

'Frà¨res Limbourgs'
In de loop der eeuwen verdween de belangstelling voor de kunst van de broers. Dat duurde, totdat adellijke kringen de getijdenboeken in de negentiende eeuw herontdekten en aankochten. Uiteindelijk zijn de boeken en miniaturen onder meer in musea in Parijs, Vaticaanstad en New York terechtgekomen. Merkwaardig genoeg zijn de broers sindsdien wel wereldberoemd, maar niet als Nijmeegse of Nederlandse kunstenaars. De meeste kunsthistorici kennen hen als de Frà¨res Limbourgs uit Vlaanderen of Duitsland.

Unicum: alle bladzijden te zien
Het Metropolitan Museum of Art uit New York heeft het topstuk van de Nijmeegse expositie in bruikleen gegeven. Dat museum was van plan Les Belles Heures, het eerste bekende getijdenboek ter wereld, te restaureren. Daarvoor moest het middeleeuwse werk uit elkaar. "En zo kregen wij als enige museum ooit de kans om alle bladzijden uit dit werk te tonen. Het is een overweldigende ervaring, die nooit meer terug zal komen, want het werk komt hierna nooit meer naar Europa", aldus Roelofs.

Grote belangstelling
De expositie gaat dinsdag 30 augustus voor publiek open en is dan tot 21 november te zien. Het Valkhof verwacht grote belangstelling uit Europa en de Verenigde Staten, aldus een woordvoerster. Om de onbetaalbare werken te beschermen en om veiligheidsredenen mogen maximaal 1500 mensen tegelijk de tentoonstelling bezoeken. Tweemaal per dag ontvangt het museum van tevoren aangemelde groepen. De groepsbezoeken zijn al voor meer dan de helft volgeboekt.

Begeleidende evenementen
Rondom de tentoonstelling hebben in Nijmegen allerlei evenementen plaats. Zo hebben twaalf dichters en twaalf beeldende kunstenaars op uitnodiging van het museum een eigentijds getijdenboek gemaakt. Dit project Rijke Uren is in een ander deel van het museum te zien. Overmorgen is er een middeleeuwse manifestatie in de stad. In museum De Stratemakerstoren zijn tot eind november middeleeuwse handschriften en gebedenboeken uit het klooster Soeterbeeck te zien. De Radboud Universiteit organiseert in november een internationaal congres over het belang van het werk van Herman, Paul en Johan van Limburg.

bron:RKK