Bij de aanhouding van gedaagde in een discotheek te Leeuwarden, is een hoofdagent van de politie Fryslà¢n tot bloedens toe in de pink en ringvinger van zijn rechterhand gebeten door gedaagde. Gedaagde is besmet met het HIV-virus en de diagnose AIDS is gesteld. Hij bevindt zich in een vergevorderd statium van de HIV-infectie.

De hoofdagent wordt uit voorzorg behandeld met medicijnen tegen het HIV-virus. De juiste medicatie kan echter niet worden bepaald, zo stelt hij, omdat het nodig is om te bepalen wat de besmettingskracht van het virus (de virulentie) bij gedaagde op dit moment is. De agent baseert zich daarbij op een brief van de de internist van gedaagde. De agent vordert in kort geding dat gedaagde een bloedonderzoek ondergaat om de virulentie te kunnen vaststellen. Volgens de hoofdagent heeft hij een gerechtvaardigd belang bij stopzetting van de medicatie, dan wel bij het ondergaan van een voor hem minder schadelijke behandeling.

De gedaagde heeft zich tegen de vordering verzet. Volgens hem blijkt de virulentie voldoende uit de brief van de internist.

Volgens de rechter kan niet worden uitgesloten dat de agent door de beet van gedaagde besmet geraakt is met het HIV-virus. De medicijnen die de agent nu gebruikt, hebben een aantal ernstige bijwerkingen en de behandeling kan tevens leiden tot psychische klachten. De rechter is voorts van mening dat uit de brief van de internist onvoldoende blijkt wat de virulentie bij gedaagde op dit moment is, mede gezien het feit dat gedaagde sinds juli 2005 geen medicatie meer gebruikt.

Gelet op de situatie waarin de agent zich bevindt, die veroorzaakt is door onrechtmatig handelen van gedaagde, is de rechter van oordeel dat een inbreuk op de lichamelijke integriteit van gedaagde gerechtvaardigd is. De vordering is dan ook toegewezen, hetgeen er op neerkomt dat gedaagde binnen 24 uur -zo nodig onder dwang- moet meewerken aan een bloedonderzoek.

bron:Rechtbank Leeuwarden