De Hoge Raad heeft vandaag het cassatieberoep van twee Antilliaanse bestuurders tegen de veroordeling door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba op 16 juli 2004, verworpen. Met deze uitspraken van de Hoge Raad is de veroordeling van beide verdachten onherroepelijk geworden.

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba veroordeelde op 16 juli 2004 een Antilliaanse bestuurder wegens passieve omkoping als ambtenaar, tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.Tegen deze veroordeling is cassatieberoep bij de Hoge Raad ingesteld; deze zaak is voor de verdachte behandeld door mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam.

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba veroordeelde op 16 juli 2004 een tweede Antilliaanse bestuurder wegens passieve omkoping als ambtenaar en overtreding van de Vuurwapenverordening, tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.Tegen deze veroordeling is cassatieberoep bij de Hoge Raad ingesteld; deze zaak is voor de verdachte behandeld door mr. G.P. Hamer, advocaat te Amsterdam.

Op 21 juni 2005 concludeerde advocaat-generaal Vellinga in beide zaken in zijn advies aan de Hoge Raad tot verwerping van het cassatieberoep.

bron:Hoge Raad