Op 8 september 2004 heeft de militaire kamer van het hof Arnhem twee mariniers veroordeeld tot twee maanden militaire detentie, voorwaardelijk, met een proeftijd van à©à©n jaar en een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 dagen wegens het: "als militair aan zijn schuld te wijten zijn dat hij een bijzondere verplichting betreffende de waakzaamheid of veiligheid niet vervult, terwijl als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade te duchten is voor de veiligheid".

De twee waren tijdens hun wachtdienst in Camp Smitty, te As Samaha in Irak, in slaap gevallen. Namens de mariniers heeft mr. G.G.J. Knoops, advocaat te Amsterdam, cassatieberoep tegen de uitspraak van het hof Arnhem  ingesteld bij de Hoge Raad.
Op 30 augustus 2005 heeft advocaat-generaal mr. G. Knigge in zijn conclusie de Hoge Raad geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.

De beide mariniers hadden zich op hun bijzondere positie van schildwacht beroepen. Die brengt met zich dat men extra strafrechtelijke bescherming krijgt. Het hof had die stelling verworpen, omdat men zich juist aan de taak van schildwacht had onttrokken, door in slaap te vallen. De Hoge Raad heeft het daartegen gerichte cassatiemiddel van de hand gewezen.

De Hoge Raad heeft op 11 oktober 2005 het cassatieberoep verworpen, waardoor de door het hof opgelegde straffen definitief zijn geworden.

bron:Hoge Raad