Als het aan het CNV ligt, worden werkgevers verplicht bij te dragen aan de kinderopvang en komt er één loket voor de vergoeding van de kosten. Werkgevers met veel werknemers met zorgtaken in dienst  worden daarbij net zo zwaar belast als werkgevers zonder medewerkers met zorgtaken in dienst. Dat geeft volgens CNV-bestuurder Yvon van Houdt uitdrukking aan het idee dat kinderopvang niet alleen een zaak is die de ouders/verzorgers aangaat, maar ook werkgevers en de overheid. 'Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat erkennen ouders, dat erkent de overheid, maar teveel werkgevers doen alsof het niet hun pakkie aan is. Het is jammer, maar dan moet het maar via een verplichting.'

Volgens de CNV-bestuurder werken teveel werknemers - en te vaak vrouwen -  niet omdat de kinderopvang niet goed geregeld is. 'Het is te ingewikkeld en teveel werkgevers komen niet over de brug met de (volledige) bijdrage. Vandaar dat het CNV bij de evaluatie van 21 juni inzet op een verplichte werkgeversbijdrage, een loket voor de vergoedingen en toegankelijkheid voor iedereen, dus ook zelfstandigen zonder 'baas'.'
Dat de op 1 januari 2005 ingevoerde Wet Kinderopvang niet naar verwachting werkt, is een publiek geheim. Hoewel het evaluatierapport nog moet verschijnen, zijn de grote lijnen al duidelijk. 'Al langer zijn de cijfers bekend dat minder dan vijftig procent van de werknemers daadwerkelijk de 1/3e bijdrage van werkgevers krijgt die in de wet - vrijblijvend - is afgesproken.' Volgens Van Houdt spreken de cijfers voor zich. Een ander uitgangspunt van het CNV, vooruitlopend op de evaluatie Wet Kinderopvang van 21 juni, is dat de keuzevrijheid van ouders/verzorgers om werk en zorg te combineren moet worden gewaarborgd.

bron:CNV