Commissie Gelijke Behandeling maakt het verschil



Minister Pechtold voor Bestuurlijke vernieuwing neemt 'Evaluatie AWGB en de werkzaamheden van de CGB 1999-2004' in ontvangst op dinsdag 21 juni aanstaande. Commissie Gelijke Behandeling maakt het verschil: CGB levert expliciete bijdrage aan de naleving van de gelijkebehandelingsnorm in Nederland Algemene wet gelijke behandeling functioneert optimaal in pluriform Nederland

Minister Pechtold voor Bestuurlijke Vernieuwing neemt dinsdagochtend 21 juni aanstaande om 11.30 uur in Nieuwspoort in Den Haag de 'Evaluatie Algemene wet gelijke behandeling en de werkzaamheden van de Commissie Gelijke Behandeling 1999-2004' in ontvangst. De AWGB schrijft voor dat de CGB de wet om de vijf jaar evalueert. In 1999 zijn de ervaringen uit de eerste vijf jaren geëvalueerd en nu is de wet toe aan haar tweede evaluatie.
De titel van de Evaluatie is 'Het verschil gemaakt' omdat het opvolgingspercentage van de oordelen over de gehele periode sterk is gestegen en ook de naleving van de aanbevelingen is toegenomen. Dit positieve resultaat levert een bijdrage aan de naleving van de gelijkebehandelingsnorm in Nederland.

Een belangrijke indicatie voor de effectiviteit van oordelen is de mate waarin partijen deze opvolgen. Het opvolgingspercentage steeg van 66% in 2001 naar 84% in de eerste helft van 2004. Het blijkt dat verweerders de (verboden) maatregel alsnog terugdraaien of ze nemen structurele maatregelen om inbreuken op de wet in de toekomst te voorkomen door bijvoorbeeld goede klachtenregelingen in te voeren of duidelijke kledingvoorschriften uit te vaardigen.
Uit een kwalitatieve analyse blijkt verder dat de rechter steeds meer gewicht toekent aan het CGB-oordeel. In 81% van de zaken waarin de rechter toekomt aan het oordeel van de Commissie, komt het oordeel expliciet in de motivering van de uitspraak aan de orde. De rechter volgt in 61% het oordeel van de CGB.

Uit de Evaluatie van de AWGB en de werkzaamheden van de CGB over 1999-2004 komen meer opvallende zaken naar voren. Er zijn positieve ervaringen met de AWGB in zaken waarin mensen werden achtergesteld op grond van hun ras, nationaliteit of godsdienst. Zo gaf de wet allochtonen toegang tot werk, horeca en onderwijs. Maar de AWGB biedt ook handvaten om grenzen te stellen aan die bescherming: veiligheidseisen op het werk kunnen leiden tot kledingeisen (waaronder het verbod van hoofdbedekking), net als noodzaak van open communicatie tussen leraar en leerling; de mannelijke sollicitant die weigerde vrouwen de hand te schudden om godsdienstige redenen, deed tevergeefs een beroep op de wet.

Het blijkt verder wenselijk te onderzoeken welk overheidshandelen wél respectievelijk niet onder de reikwijdte van de AWGB moet vallen en in hoeverre het bereik van deze wet moet worden uitgebreid tot meer vormen van overheidshandelen; artikel 2 lid 3 van de AWGB zou zo moeten worden gewijzigd dat voorkeursbehandeling is toegestaan voor alle discriminatiegronden uit de wet mits er sprake is van structurele achterstelling.
Ook zou de overheid meer voorlichting moeten geven over de gelijkebehandelingswetgeving en de mogelijkheid om klachten in te dienen wegens (vermeende) discriminatie. Uit onderzoek blijkt namelijk dat tussen de 1,6 en 2 miljoen inwoners van 18 jaar en ouder op een of andere wijze zelf discriminatie of ongelijke behandeling heeft ervaren en dat slechts een fractie (3%) van de slachtoffers daadwerkelijk overgaat tot het indienen van een verzoek.

bron:CGB



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: