Staatssecretaris Van Gennip (EZ) wil het economische imago van Nederland verbeteren met gerichte communicatiemiddelen. Er komt een coà¶rdinatiepunt om deze middelen te ontwikkelen en een strategie op te stellen.

Staatssecretaris Van Gennip neemt hiervoor adviezen over van de werkgroep Economische Beeldvorming Nederland. Deze werkgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de overheid. Van Gennip schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer.

Uit onderzoeken blijkt dat het economische imago van Nederland niet slecht is, maar dat er een dalende tendens is. Het imago van een land heeft invloed op de export, het aantrekken van investeringen en het (zakelijk) toerisme. Daarmee vormt het voor Van Gennip een belangrijk onderdeel van het economische beleid.

Het beeldmerk 'Holland' moet volgens Van Gennip gericht en consistent worden uitdragen, zonder dat hierbij grootscheepse campagnes worden gebruikt. Internationaal opererende bedrijven spelen daarbij een grote rol. Ook Nederlandse posten in het buitenland, zoals ambassades, consulaten en Netherlands Business Support offices, worden bij de acties betrokken.

Communicatie
Van Gennip wil, net als de werkgroep, misverstanden over de Nederlandse economie wegnemen met gerichte communicatie. Voorbeelden zijn factsheets over het ontslagrecht en milieuwetgeving, internetsites, presentaties en activiteiten tijdens handelsmissies. Zij wil deze richten op specifieke doelgroepen (zoals investeerders, importeurs, reizigers, opiniemakers).

De werkgroep wil Nederland positioneren als 'pionier in internationaal ondernemen'. Van Gennip laat dit concept uitwerken.

Centraal coà¶rdinatiepunt
Binnen de EVD, een rijksdienst voor internationaal ondernemen, komt een centraal coà¶rdinatiepunt. Dit coà¶rdinatiepunt ontwikkelt communicatiemiddelen, zoals internet en publicaties. Ook inventariseert het de relevante evenementen en communicatiekanalen. Verder stelt het coà¶rdinatiepunt een strategie op om te reageren om incidenten die het economische imago van Nederland negatief kunnen beïnvloeden.

bron:EZ