Strenger politieoptreden en politietoezicht dat is gericht op de meest onveilige plekken heeft in de periode 2003-2005 de overlast met 5 procent verlaagd en de criminaliteit met 2 tot 3 procent. Ook voelen mensen zich veiliger. De effectievere inzet van politiemiddelen van de laatste jaren vormt grotendeels een inhaalslag na een lange periode van voortdurend dalende politieprestaties. Voor een verdere verhoging van de veiligheid lijkt het prikkelen van de politie tot beter blauw kosten-effectiever dan het vrijmaken van middelen voor meer blauw Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen CPB Document Evaluating the push for tougher, more targeted policing in the Netherlands. Evidence from a citizen survey.Het CPB heeft zelf het initiatief tot deze studie genomen. Bron van gegevens over het optreden van de politie vormt de Politiemonitor Bevolking, een jaarlijkse telefonische enquête onder de Nederlandse bevolking.
politietoezicht als prioriteit. Verschillende gemeenten richten de aandacht van de politie op hot spots,de meest onveilige plekken. Daartoe monitoren zij ontwikkelingen in de lokale veiligheidssituatie. In het Veiligheidsprogramma geeft het kabinet aan dat de politie de handhaving en criminaliteitsbestrijding weer naar behoren moet uitvoeren. Strenger politieoptreden staat daarbij voorop. Om de politiekorpsen hiertoe te prikkelen heeft het kabinet prestatiecontracten afgesloten met de politiekorpsen. In deze contracten staan streefcijfers voor onder meer aantal staandehoudingen, aantal opgespoorde verdachten en tevredenheid over het laatste contact met de politie en de beschikbaarheid van de politie. Over het effect van strenger en meer gericht politieoptreden bestaat nog veel onzekerheid. Een dergelijk beleid zou juist provocerend kunnen werken of zou kunnen leiden tot verplaatsing van overlast en criminaliteit naar veiliger buurten. Om deze reden analyseert het CPB in deze studie het netto effect van intensievere handhaving en toezicht op criminaliteit, overlast en onveiligheidsgevoelens.
Onderzoeksvraag is of de veiligheid zich gunstiger ontwikkelt in gemeenten waarbinnen de politie relatief streng optreedt en relatief vaak zichtbaar is op de meest onveilige plekken. Voor een eerlijke vergelijking houdt de analyse rekening met kenmerken van gemeenten die samenhangen met zowel het optreden van de politie als met de lokale veiligheidssituatie. Het gaat hierbij om factoren als de samenstelling van de bevolking, het type woningen en de lokale werkloosheid. Als we geen rekening zouden houden met deze factoren, dan lijkt harder optreden te leiden tot minder veiligheid, simpelweg omdat een grotere onveiligheid nu eenmaal om een harder optreden vraagt. De onderzoeksresultaten laten duidelijk zien dat een strenger en meer gericht politieoptreden een gunstig effect heeft op de veiligheid.
De Politiemonitor Bevolking laat zien dat in de ogen van de burger de politie sinds 2004 voor het eerst sinds 10 jaar beter is gaan presteren. Ontevredenheid over het ingrijpen van de politie bij problemen in de eigen buurt neemt voor het eerst weer af. In 2003 was 38 procent van de burgers het eens met de stelling dat de politie niet hard genoeg optreedt, in 2005 was dit percentage gezakt tot 34 procent. Daarnaast zien burgers de politie vaker op plaatsen waar zij dat het meest belangrijk vinden. In 2003 was 55
procent het eens met de stelling dat je de politie te weinig in de buurt ziet, in 2005 was dit percentage gezakt tot 48 procent. Dezelfde enquête vormt ook de bron van gegevens over overlast, criminaliteit en onveiligheidsgevoelens.
Het prikkelen tot beter blauw lijkt een kosten-effectievere manier om de veiligheid verder te verhogen dan het vrijmaken van middelen voor meer blauw.Het kabinet heeft als doelstelling de criminaliteit en overlast over de periode 2002-2008/2010 met circa 20 procent te verlagen. Hiervan is inmiddels de helft gerealiseerd: het percentage mensen dat tenminste één keer per jaar slachtoffer wordt van criminaliteit is met 11 procent gedaald (van 50 procent in 2002 tot 44 procent in 2005); het percentage mensen dat vaak te maken heeft met overlast is met 8 procent gedaald (van 41 procent in 2002 tot 38 procent in 2005).