Het merendeel van de rijbewijzen werd ingevorderd in verband met alcoholgebruik. Iedereen weet dat alcohol en verkeer niet samengaan en dat het reactievermogen zienderogen afneemt na het gebruik van alcohol. Toch worden dagelijks bestuurders aangehouden met een te hoog alcoholpromillage. Beginnende bestuurders, dat zijn bestuurders die na 29 maart 2002 voor het eerst hun rijbewijs kregen (zij zijn beginner gedurende 5 jaar), zijn strafbaar wanneer zij meer dan 88 u/l (0,2 promille) alcohol in hun adem (bloed) hebben. Is dat meer dan 350 ug/l (0,8 promille) dan wordt het rijbewijs ingevorderd. Bij andere bestuurders wordt het rijbewijs ingevorderd wanneer zij meer dan 570 ug/l (1,3 promille) in hun adem (bloed) hebben. Wie betrokken is bij een ernstig verkeersongeval en een strafbare hoeveelheid alcohol heeft gedronken, loopt kans zijn rijbewijs kwijt te raken.

 

Verkeersgevaarlijk rijgedrag  
Ook bestuurders die met hoge snelheden over de weg razen en zich niets aantrekken van de verkeersregels lopen het risico hun rijbewijs kwijt te raken. De politie wordt vaak getipt over dit soort rijgedrag maar ook tijdens surveillances en controles worden overtredingen geconstateerd. Verkeersgevaarlijk rijgedrag is vaak een opeenstapeling van een aantal factoren waarbij er andere weggebruikers in gevaar worden gebracht. Bij een invordering wordt gekeken naar de plaatselijke situatie en de gevaarzetting. Er wordt overleg gepleegd met specialisten op verkeersgebied en met Justitie.

Met snelheidsovertredingen is het duidelijker wanneer het rijbewijs wordt ingenomen. In de wet is vastgelegd dat de politie het rijbewijs moet innemen bij een overschrijding van 50 km/u of meer. Dat wil niet zeggen dat die 50 km-grens heilig is. Met 60 km/u op een woonerf (15 km/u) rijden waar veel spelende kinderen zijn betekent ook dat je een grote kans dan loopt op inname van het rijbewijs.

Wat, als je rijbewijs is ingenomen
Wanneer het rijbewijs is ingevorderd dan mag geen voertuigen meer bestuurd worden waarvoor een rijbewijs is vereist. Het rijbewijs wordt binnen 3 dagen opgestuurd naar de Officier van Justitie. Deze zal binnen 10 dagen een beslissing nemen of het rijbewijs ingevorderd blijft of wordt teruggegeven. Is er sprake van veel alcoholgebruik of gevaar voor herhaling dan zal hij/zij beslissen dat het rijbewijs ingevorderd blijft. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) wordt in dat geval geïnformeerd. De automobilist zal een onderzoek/test moeten ondergaan om vast te stellen of er sprake is van ongeschiktheid of onbekwaamheid. Daarna wordt besloten of het rijbewijs al dan niet wordt teruggegeven.

Onbekwaam of ongeschikt
Er hoeft niet altijd sprake te zijn van alcohol- of drugsgebruik om ongeschikt of onbekwaam te zijn om een auto of motor te besturen. Ziekte, een lichamelijk gebrek of leeftijd kunnen er toe leiden dat de rijvaardigheid minder wordt. Ook dan wordt een onderzoek ingesteld door het CBR om vast te stellen of er sprake is van ongeschiktheid of onbekwaamheid. Mocht het onderzoek negatief uitvallen dan wordt het rijbewijs van de betrokkene ongeldig verklaard.

Rijbewijs verdienen
Het hebben van een rijbewijs is geen garantie dat je het voor het leven zult houden. Zeker voor ‘beginnende bestuurders’ geldt dat het, na het behalen van het rijbewijs pas echt begint. Door veel te rijden doen zij ervaring op en leren ze te anticiperen in het verkeer en een auto of motor te beheersen. Gaandeweg krijg je meer ervaring en kun je een goede bestuurder worden. Maar ook voor bestuurders met ervaring geldt dat ze dagelijks bij moeten leren. Er wordt steeds meer van verkeersdeelnemers verwacht. Het rijbewijs moet je elke dag opnieuw verdienen.

Verplichte EMA-cursus
Na het vaststellen van alcoholgebruik wordt vaak de zogenaamde EMA (Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer) cursus opgelegd. Het doel van deze cursus is er op gericht om te voorkomen dat men nogmaals met drank achter het stuur gaat zitten. Het volgen van de cursus is verplicht en de kosten, minimaal 750 euro, zijn voor eigen rekening.

Het besluit om deze cursus te volgen wordt opgelegd wanneer:
-het alcoholpromillage van 1,3 ‰ of 570 ug/l. of hoger ligt (beginnende bestuurder 0,8 ‰ of 350 ug/l.)
-de bestuurder in de afgelopen vijf jaar meermalen is aangehouden waarbij tenminste éénmaal een alcoholpromillage van 0,8 ‰ of 350 ug/l. of hoger is vastgesteld (beginnende bestuurder 0,5 ‰ of 220 ug/l. of hoger)
-er sprake is van een onderzoek naar geschiktheid in verband met alcoholgebruik
-er sprake is van een weigering.
 
bron:Politie Noord Holland Noord