Het Ministerie van VROM heeft de knoop doorgehakt over het verwijderen van gebruikte gasontladingslampen, waaronder spaar- en tl-lampen. De fabrikanten en winkeliers c.q. installateurs konden het niet eens worden over de voorwaarden voor het verwijderen van dit afval. Brancheorganisatie UNETO-VNI die namens de installateurs en een belangrijk aantal winkeliers onderhandelt, hield haar poot stijf over het twistpunt welke armaturen wel en welke niet moeten worden ingenomen.

Het ministerie kon zich in de argumenten van UNETO-VNI vinden en nam ten faveure van de winkeliers en installateurs de beslissing dat armaturen afkomstig uit particuliere huishoudens niet onder de regeling vallen. De wettelijke bepaling op basis van de Europese richtlijn die in augustus al werd ingevoerd, geeft de consument de mogelijkheid gebruikte spaar- en tl-lampen bij aankoop van nieuwe bij de winkelier in te leveren. De fabrikanten en winkeliers konden het met name niet eens worden of armaturen ook ingezameld moeten worden. De winkeliers zagen een groot probleem in het innemen van huishoudarmaturen omdat zij een veilige opslagmogelijkheid hiervoor ontberen.

De gemaakte afspraken en de gevolgen van het besluit van VROM zijn:
- De winkelier of installateur hoeft alleen een gasontladingslamp of een armatuur voor een fluorescentielamp in te nemen op het moment dat hij er ook een verkoopt ('oud om nieuw').
-  Voor een armatuur afkomstig uit een particulier huishouden bestaat de inname plicht niet;
-  Voor het betalen van een verwijderingsbijdrage over een armatuur dat bestemd is voor een huishouden bestaat geen wettelijke basis en kan derhalve niet juridisch worden afgedwongen;
- De winkelier of installateur kan binnen 5 werkdagen de ingenomen lampen laten ophalen;
- De detaillist of installateur hoeft op de kassabon/verkoopfactuur niet de
verwijderingsbijdrage te vermelden.
 
bron:Uneto/VNI