Het Europees Parlement verwerpt het plan van een aantal lidstaten om data betreffende telefoon-, internet en e-mailverkeer te bewaren. Het idee achter het plan was om de opsporing van terroristen te vergemakkelijken. De leden vinden echter dat het bewaren van de gegevens de privacy van de burgers aantast. Volgens het Parlement moeten maatregelen om terrorisme te bestrijden proportioneel zijn. Bovendien wil het Parlement op gelijke voet met de Raad kunnen beslissen over dergelijke voorstellen.

Het Europees Parlement verwerpt het initiatief van Frankrijk, Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden om, ter bestrijding van strafbare feiten waaronder terrorisme, aanbieders van telecommunicatiediensten te verplichten communicatiegegevens te bewaren. De problemen die het Parlement met het voorstel heeft, hebben betrekking op de keuze van de rechtsgrondslag en de proportionaliteit van de maatregel. Bovendien wijst het EP op de mogelijkheid dat de regeling in strijd is met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens.
 
Volgens het initiatief zouden aanbieders van telecommunicatiediensten gegevens die worden gegenereerd in het telefoon-, SMS-, e-mail- en internetverkeer twaalf tot zestien maanden moeten bewaren. Het gaat daarbij om informatie over het verkeer zelf (zoals abonneegegevens), niet over de inhoud van gesprekken of berichten.
 
Volgens het Parlement ontbreekt een juiste verhouding tussen doel en middelen. Gezien het volume van de te bewaren gegevens, vooral op het gebied van het internet, is het de vraag of een zinvolle interpretatie van de gegevens à¼berhaupt mogelijk is. Indien alle door het besluit omvatte verkeersgegevens werkelijk zouden moeten worden bewaard, zou in het net van een grote Internet service provider bij de huidige verkeersintensiviteit reeds een hoeveelheid van 20 - 40.000 Terabyte worden gegenereerd. Bij deze geweldige hoeveelheden zou een eenmalige zoekoperatie met gebruik van de thans bestaande techniek zonder extra investeringen 50 tot 100 jaar duren.
 
Bovendien is het EP van mening dat criminelen en terroristen de traceerbaarheid van hun gegevens gemakkelijk zullen kunnen tegengaan. Mogelijkheden hiertoe zijn aanschaf van telefoonkaarten via stromannen of afwisselend gebruik van mobiele telefoons van buitenlandse aanbieders, gebruik van openbare telefooncellen, gebruik van een e-mailserver met een veranderd IP- of e-mailadres, of eenvoudig door gebruik van buiten Europa gelegen internet service providers die niet aan een bewaarplicht voor verkeersgegevens zijn onderworpen.
 
Een ander bezwaar dat het Parlement tegen het voorstel heeft, is dat het niet ingaat op de mogelijke belasting voor de betrokkenen. Behalve de ingrijpende inbreuk op de bescherming van de persoonsgegevens, is een enorme belasting voor de Europese telecommunicatie-industrie en voor de kleinere en middelgrote telecommunicatie-ondernemingen te duchten.
 
Met betrekking tot het initiatief wordt het Parlement slechts geraadpleegd. Inmiddels heeft de Europese Commissie echter een soortgelijk voorstel ingediend dat onder de medebeslissingsprocedure valt. Het Parlement heeft toegezegd dit voorstel gezwind en constructief te zullen behandelen.

bron:Europees Parlement