Armoede en sociale uitsluiting gaan in tegen de mensenrechten van vrouwen. Dat is de conclusie van een rapport van Slowaaks lid Anna Zà¡borskà¡ (EVP-ED) dat het Parlement steunt. In het rapport wordt aandacht gevraagd voor de kloof tussen mannen en vrouwen in salariëring en deelname aan de arbeidsmarkt. Het rapport wijst erop dat in 85% van de eenoudergezinnen die ouder vrouw is. Tweederde van de personen in de EU die ouder zijn dan 65, zijn vrouw. Beide groepen zijn gevoelig voor de armoedeval.

Het Parlement kijkt in het verslag naar de volgende gebieden:
de ontwikkeling van naar geslacht uitgesplitste indicatoren en methodologieën, teneinde de impact van armoede en sociale uitsluiting op mannen en vrouwen meetbaar te maken;
maatregelen om werk en gezinsleven beter te kunnen combineren;
de bijdrage van het maatschappelijk middenveld.
 
Het EP beargumenteert dat extreme armoede vaker voorkomt onder vrouwen dan onder mannen. In zeventien lidstaten lopen vrouwen zelfs een veel hogere kans om in extreme armoede te belanden dan mannen. Bij de meerderheid van de eenoudergezinnen staat een vrouw aan het hoofd van het gezin. Een studie in zes lidstaten laat zien dat gezinnen waar een vrouw aan het hoofd staat 9% tot 26% minder besteedbaar inkomen hebben dan gezinnen waar een man aan het hoofd staat. De grootste ongelijkheid bestaat in het Verenigd Koninkrijk (26%), gevolgd door Zweden (14%), Frankrijk (12%), Nederland (11%), Duitsland (10%) en Italië (9%).
 
Vrouwen verdienen in de EU nog altijd 16% tot 33% minder dan mannen. Meer vrouwen (30%) dan mannen (6,6%) werken part-time, een keuze die vrouwen bij gebrek aan opvangmogelijkheden voor hun kinderen, vaak opgedrongen wordt. Het Parlement roept de lidstaten op om praktische stappen te nemen om salarisongelijkheid aan te pakken en om werkomstandigheden te bevorderen die het mogelijk maken dat zowel mannen als vrouwen volledig aan de arbeidsmarkt kunnen deelnemen. Het EP vraagt van de lidstaten om het gemakkelijker te maken banen met flexibele werktijden te vinden of te zorgen voor passende voorzieningen voor kinderopvang.
 
Het EP merkt op dat armoede niet alleen te maken heeft met een gebrek aan inkomen, maar ook met een slechte gezondheid, een gebrekkige toegang tot onderwijs, een onveilige omgeving en discriminatie en uitsluiting. Het hebben van een baan is op zichzelf onvoldoende om mensen te vrijwaren van armoede. Het Parlement roept de lidstaten op om maatregelen te nemen om te waarborgen dat achtergestelde vrouwen toegang hebben tot huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs. Het EP wijst verder op de mogelijk ernstige gevolgen van armoede zoals vrouwenhandel, prostitutie en geweld.
 
De afgevaardigden benadrukken het belang dat de lokale en regionale autoriteiten in Europa hebben bij de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen. Zij dringen er bij deze autoriteiten op aan een genderbeleid in hun samenwerkingsprojecten in te voeren. Zodoende moet met name arme vrouwen toegang worden geboden tot nieuwe informatietechnologieën en microkredieten voor investeringen in handelsactiviteiten.

bron:Europees Parlement