De zogenoemde "Europeanisering" van het recht wordt steeds belangrijker voor de organisatie van de Nederlandse rechtspraak. Europese wet- en regelgeving is van steeds grotere invloed op nationale wet- en regelgeving en de jurisprudentie van Europese rechterlijke colleges bepaalt in toenemende mate de rechtsontwikkeling. Die wetgeving en jurisprudentie zullen bovendien omvangrijker en complexer worden. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam in een inventarisatie van de "Europeanisering" van het recht en de gevolgen van die ontwikkeling voor de organisatie van de Nederlandse rechtspraak.

 

Het onderzoek werd door prof. mr. S. Prechal, mr. dr. R.H. van Ooik, prof. mr. J.H. Jans en prof. mr. K.J.M. Mortelmans uitgevoerd in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. De onderzoekers hebben zowel de algemene rechtsgebiedoverstijgende ontwikkelingen alsmede de ontwikkelingen per rechtsgebied in kaart gebracht. De onderzoeksresultaten zijn weergegeven in het rapport à¢Europeanisationࢠof the Law: Consequences for the Dutch Judiciary.

De onderzoekers onderscheiden drie trends die de komende jaren consequenties hebben voor de organisatie van de Rechtspraak:
1. Verdergaande Europeanisering: De betekenis van het Europees recht voor de nationale wetgeving neemt toe. Met name de rechtsgebieden die tot op heden beperkt gecommunitariseerd zijn, zoals het civiele recht, het strafrecht en het vreemdelingenrecht, staan de komende jaren onder sterke invloed van het Europese recht.
2. Toenemende complexiteit van EU regelgeving en jurisprudentie: De Europese wetgeving en jurisprudentie zullen de komende jaren in omvang toenemen en bovendien een gedetailleerder karakter krijgen.
3. Wijziging van rechtshandhaving en rechtsgang: Tenslotte vindt op specifieke rechtsgebieden zoals delen van het intellectueel eigendomsrecht, het vreemdelingenrecht, rechterlijke samenwerking in civiele zaken en het strafrecht, een verschuiving van een nationale naar een centrale Europese rechtsgang plaats. Voor de overige rechtsgebieden is juist een tegenovergestelde trend waarneembaar. Op deze terreinen zal de rechtshandhaving en de rechtsgang juist naar het nationale niveau verschuiven. In het mededingingsrecht en bij procedures over landbouwsubsidies heeft deze ontwikkeling al voor een belangrijk deel plaatsgevonden.

De onderzoekers adviseren de Rechtspraak drie categorieën maatregelen te treffen ter voorbereiding op de genoemde trends: (i) met het oog op de verdergaande Europeanisering van het nationale recht en de toenemende complexiteit van het Europees recht, is het van belang dat rechters doorlopend bijgeschoold worden in het Europees recht. Bijzondere aandacht zou moeten worden besteed aan rechtsgebiedoverstijgende ontwikkelingen; (ii) daarnaast adviseren de onderzoekers dat de Rechtspraak de gevolgen van de ontwikkelingen in het Europees recht voor de eigen organisatie actief moet volgen. Hiermee kan de Rechtspraak zijn organisatie tijdig aanpassen aan de veranderende Europese wetgeving. Ook is van belang dat de Rechtspraak tegenstrijdigheden tussen (ontwikkelingen in) het Europese en het nationale recht zichtbaar maakt en aan de orde stelt, zoals de Nederlandse trend tot meer bestuursrechtelijke handhaving versus de Europese trend tot meer strafrechtelijke handhaving. De Raad voor de rechtspraak heeft op dit terrein een belangrijke taak; en (iii) in de laatste plaats zouden nationale en internationale kennisnetwerken van rechters versterkt moeten worden. Binnen deze netwerken kunnen rechters kennis over het Europees recht en problemen met de uitleg van Europeesrechtelijke vraagstukken uitwisselen.

Bron: Raad voor de rechtspraak