Europese economie moet flexibeler



Hoe kan Europa opboksen tegen de Verenigde Staten in het westen en de opkomende Aziatische economieën in het oosten? Met één monetair beleid en een flexibele en liberale arbeidsmarkt, aldus de Europese Commissie. Dat klopt, concludeert Robert Inklaar in zijn promotieonderzoek naar de vooruitzichten van de euro en de zogeheten Lissabon agenda. Beide projecten zijn van groot belang om Europa's structurele productiviteitsproblemen op te lossen.

Zowel op korte, als op lange termijn zijn de vooruitzichten voor de euro goed, zo blijkt uit Inklaars onderzoek. `Het was de vraag of je met twaalf of meer zo verschillende landen wel één monetair beleid kunt voeren. Maar de landen blijken een soortgelijke economische conjunctuur te hebben. Dit is te danken aan nu al sterke handelsbanden, maar ook aan vergelijkbaar financieel overheidsbeleid. Hierdoor zijn eventuele risico's te overzien', aldus de onderzoeker.
Hervormingen
De vooruitzichten van de Lissabon agenda, die vooral gericht is op sterkere concurrentiekracht binnen Europa, zijn meer onzeker. Dit project kan succesvol uitpakken, maar alleen als Europa verdere liberalisering van de product- en arbeidsmarkten doorzet en zo de productiviteitsgroei weer op peil krijgt. `Vooral op ICT-gebied lopen we achter', aldus Inklaar. `Europa heeft er moeite mee de baten van nieuwe technologie te benutten. Dit remt met name in de dienstverlening de groei. Neem bijvoorbeeld de supermarkt die ontzettend veel gegevens verzamelt over klanten en hun aankopen. Voordat die optimaal benut worden, moet er nog veel geregeld worden.

'

Aanbevelingen
Inklaar legt zijn vinger op de zere plekken in het Europese economische beleid. Daarnaast geeft hij concreet aan waar verbeteringen mogelijk zijn met beleidsaanbevelingen. Het moet bijvoorbeeld makkelijker worden om een bedrijf te beginnen. En de baas moet zijn werknemers eenvoudiger kunnen aannemen en weer ontslaan. Zo ontstaat een flexibeler arbeidsmarkt die enerzijds leidt tot productiviteitsgroei, anderzijds tot meer incasseringsvermogen als één van de Europese landen in economisch zwaar weer terecht komt.
Nerveus
`In dit geval kunnen we een voorbeeld nemen aan de Verenigde Staten. Daar verhuizen mensen van de ene naar de andere staat als daar eenvoudiger aan werk is te komen. In Europa zit je al snel met culturele en taalverschillen, maar het is ook deels mentaliteit. Sommige Nederlanders vinden het al een barrière als ze een uur verderop moeten gaan werken.' Behalve flexibeler omgaan met de arbeidsmarkt, zou ook het sociale beleid beter op elkaar afgestemd moeten worden. Met eenvoudig om te zetten pensioenen en verzekeringen, maak je het voor mensen makkelijker om in een ander land aan de slag te gaan.
Conflicten
Een ander verbeterpunt is de lichte allergie voor conflicten die in Nederland, maar ook in de rest van Europa heerst. `Neem zoiets als de `supermarktoorlog'. Daar worden we in Nederland heel nerveus van, terwijl het juist een principe is dat door de overheid aangemoedigd moet worden. Een sterke economie krijg je niet door allerlei belangengroepen altijd maar te vriend te houden.
bron:RUG



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: