Op 26 september vierde Europa zijn taalkundige verscheidenheid. De Europese Talendag wordt sinds 2001 ieder jaar door de Raad van Europa georganiseerd om het leren van vreemde talen in alle leeftijdsgroepen aan te moedigen en om het belang van de taalkundige verscheidenheid te onderstrepen. De EU geeft jaarlijks meer dan 30 miljoen euro uit om het leren van talen te bevorderen.

Volgens Jà¡n Figel', EU-commissaris voor onderwijs, opleiding, cultuur en meertaligheid, het volgende: "Er is een Slowaaks gezegde: "Elke nieuwe taal voegt een dimensie aan je mens-zijn toe". De vandaag gepubliceerde enquàªte toont aan dat hoe jonger men is, hoe meer kans er is dat men een vreemde taal spreekt. Daarom ben ik ervan overtuigd dat de huidige jonge generatie ten volle zal bijdragen aan de verrijking van de meertalige samenleving in Europa".

Op de Europese Talendag van dit jaar publiceert de Europese Commissie de resultaten van een Eurobarometerenquàªte van afgelopen juni over de talenkennis van de Europese burgers.

Uit die enquàªte blijkt onder meer het volgende:

- 50% van de Europese bevolking verklaart een vreemde taal te spreken (vergelijkbaar met 2001, toen 47% van de bevolking van de EU-15 zei ten minste in à©à©n vreemde taal te kunnen converseren). Er zijn echter grote verschillen tussen de landen: slechts 29% van de Hongaren, 30% van de Britten en 36% van de Portugezen, Italianen en Spanjaarden zeggen buiten hun moedertaal nog een andere taal te spreken, terwijl 99% van de Luxemburgse bevolking ten minste tweetalig is;

- voor een derde van de EU-bevolking is Engels de tweede taal. De op een na meest gesproken vreemde taal in de EU is Duits (12%), dat veel gebruikt wordt in de landen die vorig jaar tot de EU zijn toegetreden en daardoor het Frans (11%) nipt heeft ingehaald; door de uitbreiding van 2004 ligt het Russisch nu op een gedeelde vierde plaats - samen met het Spaans - in de rangschikking van meest gesproken vreemde talen in de EU;

- ingedeeld naar beroepen zijn studenten de groep die het vaakst een vreemde taal spreekt: bijna 8 van 10 studenten kan in ten minste een vreemde taal een gesprek voeren.

De EU steunt diverse acties en programma's voor het leren van talen en het vreemdetalenonderwijs. Door middel van de programma's Socrates en Leonardo da Vinci investeert de Commissie jaarlijks meer dan 30 miljoen euro in praktische projecten die het enthousiasme van degenen die talen leren en onderwijzen moeten stimuleren. Tot deze projecten behoren uitwisselingen tussen scholen, taalassistentschappen, lerarenopleidingen en bewustmakingsinitiatieven.

Voorts is er een aanzienlijke investering in mobiliteit via Erasmus, het Jeugd-programma en de jumelages van steden. De Commissie ziet mobiliteit als een cruciale factor om mensen te motiveren meer over hun buurlanden te weten te komen en hun talen te leren.

In juli 2003 heeft de Commissie een actieplan "Het leren van talen en de taalverscheidenheid bevorderen" gepubliceerd. In het actieplan worden drie terreinen genoemd die volgens haar van essentieel belang voor de toekomst zijn:

- het laten delen van alle burgers in de voordelen van levenslang talen leren;

- het verbeteren van het talenonderwijs;

- het scheppen van een taalvriendelijker klimaat.

Met andere woorden, de stimulering van een zo breed mogelijke benadering op het gebied van vreemde talen, een betere voorlichting via de media en een betere beschikbaarheid en benutting van kansen om vreemde talen te leren.

Met het oog op deze doelstellingen zet de Commissie in het actieplan haar visie op het gebied van talen in de EU uiteen, verduidelijkt zij hoe de EU hiertoe kan bijdragen en vraagt zij de EU-lidstaten meer op de aangewezen prioriteitsgebieden te ondernemen. De Commissie heeft zich verplicht tussen 2004 en 2006 45 acties op Europees niveau uit te voeren, in de hoop daarmee andere acties op nationaal, regionaal of plaatselijk niveau te stimuleren.

bron:EU