Op woensdag 6 april 2005 kwamen drie vissers om het leven toen aan boord van een Ouddorps vissersschip een opgeviste bom uit de Tweede Wereldoorlog explodeerde. De minister van defentie heeft nu op verzoek van de Tweede Kamer een uitgebreid overzicht gegeven van de nog aanwezige mijnenvelden en hun herkomst in de Noordzee. Er zullen opnieuw markeringsboeien worden geplaatst om de visserij te waarschuwen.

In de Noordzee bevindt zich een groot aantal bommen, granaten, torpedo's en mijnen. Deze zijn zowel van Duitse als van geallieerde makelij en zijn daar in de Eerste en Tweede Wereldoorlog neergelegd of afgeworpen. Een ruwe schatting in de jaren vijftig, aan de hand van de archieven van het Britse "Bomber Command", wijst uit dat er ongeveer 300.000 projectielen in de Noordzee terecht moeten zijn gekomen. Deze explosieven zijn verspreid over de gehele Noordzee. Ze worden aangetroffen in destijds in kaart gebrachte mijnenvelden en munitiestortplaatsen, maar ook op willekeurige locaties. In het laatste geval betreft het bijvoorbeeld bommen die in de Tweede Wereldoorlog zijn afgeworpen onder de aanvliegroutes van geallieerde vliegtuigen, V1- en V2-bommen die voortijdig zijn neergekomen, gezonken munitieschepen en afgedreven mijnen.

Na de Tweede Wereldoorlog is met de toen beschikbare middelen (mijnenvegers) zoveel mogelijk gedaan om munitie en explosieven te ruimen, zowel in de Nederlandse territoriale wateren als op het continentaal plat. Daarbij is een deel van de zeemijnen vernietigd.

Een deel van de verschillende soorten bommen en andere explosieven is echter gezonken en in het zand weggezakt. In de loop der tijd zijn deze explosieven door bodembewegingen, stromingen en zandverplaatsingen verspreid over de gehele Noordzee. Door migratie van zandduinen op de bodem kunnen objecten tientallen jaren ondetecteerbaar onder de zeebodem liggen om plotseling weer tevoorschijn te komen. Dit maakt het veelal onmogelijk deze explosieven op een doelmatige wijze op te sporen en te ruimen.

Als de Koninklijke marine tijdens oefeningen of tijdens de gerichte opneming van de zeebodem explosieven tegenkomt, worden deze vernietigd.

Bijstand bij het ongewild opvissen van explosieven Regelmatig komt het voor dat vissers in de Nederlandse visserijzone niet gesprongen projectielen opvissen. Vanwege de risico's voor de vissers, maar ook voor anderen in hun omgeving, hanteert de Kustwacht de Bijstands- en bijdrageregeling opgeviste explosieven. De vissers moeten bij een dergelijke vondst direct contact opnemen met het Kustwachtcentrum. Dienstverlening door deskundigen is immers noodzakelijk. Vervolgens schakelt de Kustwacht de Koninklijke marine in en wordt het explosief door een mijnenjager of door de afdeling Duik- en Demonteerzaken onschadelijk gemaakt.

Opgeviste projectielen mogen vanwege het ontploffingsgevaar niet in zee worden teruggeworpen. Opgeviste explosieven zijn vaak met geweld over de zeebodem bewogen waardoor veranderingen kunnen zijn opgetreden in de toestand van het explosief en van het ontstekingsmiddel. Om te voorkomen dat de ongewild opgeviste explosieven toch worden teruggeworpen biedt de Bijstands- en bijdrageregeling opgeviste explosieven van de Kustwacht onder voorwaarden de mogelijkheid van een financiële bijdrage (betaald door Verkeer en Waterstaat). Deze regeling is bekend gemaakt aan de visserijsector. De vissers hebben hierover informatiemateriaal en instructies ontvangen. Ook verstrekt de Kustwacht, onder meer op het internet, informatie over typen explosieven en vindgebieden op de Noordzee. Bij het Kustwachtcentrum komen ieder jaar enkele tientallen meldingen binnen. Een Belgische en drie Nederlandse mijnenjagers kunnen worden ingezet om de explosieven te ruimen.

In de praktijk echter werpen vissers dergelijke vondsten overboord, omdat zij van mening zijn dat het houden van explosieven op slingerende schepen meer risico's met zich meebrengt dan het terugwerpen van de vondst. Ook blijkt dat de financiële vergoeding vanwege de Bijstands- en bijdrageregeling voor sommige vissers niet opweegt tegen het tijdsverlies en mogelijk visverlet dat kan ontstaan als gevolg van het onschadelijk maken van het explosief en het bekend worden van de positie van hun visgronden. Het komt daardoor regelmatig voor dat opgeviste explosieven terug in zee worden geworpen of dat wordt volstaan met het doorgeven van de coà¶rdinaten van de vondst aan de Kustwacht. Dit vermoeden lijkt te worden bevestigd door de constatering dat, terwijl er zoals genoemd jaarlijks doorgaans slechts enkele tientallen meldingen van vissers binnenkomen, er dit jaar sinds het ongeval op 6 april er al ruim tweehonderd meldingen zijn geweest van opgeviste explosieven.

Na overleg tussen vertegenwoordigers van de visserijsector en het Kustwachtcentrum worden door de Koninklijke marine markeringsboeien verstrekt (ten laste van de eerder genoemde bijdrageregeling) waardoor het terugvinden van explosieven aanzienlijk gemakkelijker is. Voorts is extra voorlichting gegeven aan de visserijgemeenschap over de gevaarsaspecten en de te volgen procedures. De Koninklijke marine zal ook in de toekomst blijven doorgaan met het verlenen van assistentie aan de Nederlandse Kustwacht bij het ruimen van aangetroffen explosieven.

bron:MinDef