Famillieleden slachtoffers Schipholbrand mogen tijdelijk naar Nederland komen.



Famillieleden in de eerste graad van de bij de brand in het cellencomplex Schiphol omgekomen gedetineerden krijgen een visum voor 1 maand om de begrafenis van hun famillielid hier in Nederland te kunnen regelen. Dat schrijft minister Donner in een brief aan de Tweede kamer waarin hij ook de nazorg en de stand van zaken in het onderzoek naar de oorzaak belicht.

De minister schrijft verder het volgende:
Zoals eerder is bericht, zijn bij de brand elf gedetineerde personen om het
leven gekomen. Van tien van hen is inmiddels de identiteit vastgesteld. Ten aanzien van de elfde persoon vindt nog nader onderzoek plaats. Twee personen waren van Surinaamse afkomst, twee uit de Oekraïne en twee van Turkse afkomst. De overige vier personen waren afkomstig uit respectievelijk  Libië, Dominicaanse Republiek, Bulgarije en Roemenië.  Vanuit de Immigratie- en Naturalisatiedienst IND is de diplomatieke vertegenwoording van bovengenoemde landen in Nederland op de hoogte gebracht. Door een team van IND- en DJI-medewerkers is contact gezocht met de betrokken families. Op 31 oktober jl. was inmiddels met zes families persoonlijk gesproken. Een zevende en achtste familie zijn getraceerd, waarmee contact wordt gezocht.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft besloten om aan nabestaanden van de overlevenden in de eerste en tweede graad desgewenst een visum voor de duur van één maand te verlenen voor overkomst naar Nederland. Familieleden in de eerste graad die naar Nederland willen reizen met het oog op hun overleden familielid, zullen van de zijde van Justitie de kosten voor een ticket van de vliegreis naar en van Nederland worden vergoed. Dit geldt ook voor de verblijfskosten alsmede voor de leges van het visum. In het geval van familieleden in de tweede graad wordt alvorens hierover te beslissen overleg gevoerd tussen de Nederlandse vertegenwoordiging in het land van herkomst en IND. Daarnaast is de Koninklijke marechaussee geïnstrueerd om nabestaanden, zo deze bij een grensdoorlaatpost worden aangehouden en niet over een geldig visum blijken te beschikken, niet zonder meer de toegang tot Nederland te weigeren. In die gevallen zal contact worden opgenomen met de IND teneinde een zogeheten territoriaal beperkt visum toe te kennen voor de duur van vijftien dagen, onder de gebruikelijke voorwaarden. Voor beide visa is het zogeheten middelen-vereiste niet van toepassing.

Zodra de lichamen van de overledenen na het onderzoek van de technische recherche en het identificatieteam zijn vrijgegeven door het Openbaar Ministerie, wordt aan de nabestaanden de mogelijkheid geboden hun dierbaren te bezoeken in het mortuarium. Aldaar zal gepaste opvang worden geboden en zullen de lichamen van de slachtoffers aan de familie worden overgedragen. Het staat de familie vervolgens vrij om te beslissen of de teraardebestelling of crematie in het land van herkomst zal plaatsvinden, dan wel in Nederland. Waar mogelijk zal zowel in Nederland als in het land van herkomst nazorg worden geboden. In die gevallen dat de familie van de overledene financieel niet in staat is de kosten van de begrafenis of crematie te dragen, zullen deze worden vergoed op een met een daartoe afgesloten verzekering vergelijkbare wijze. Mocht ten aanzien van een slachtoffer de familie uiteindelijk niet kunnen worden bereikt, dan zal een begrafenis van staatswege worden verzorgd.

Overige slachtoffers
Ten tijde van de brand verbleven in het totaal 268 personen op Schiphol-Oost, op een beschikbare capaciteit van 350. Deze zijn na de brand overgebracht naar het
detentiecentrum Zeist (130 personen), het detentiecentrum Rotterdam locatie Merwehaven (96 personen) en het bureau van de Koninklijke marechaussee (8 personen). Op Schiphol-Oost zijn thans nog slechts 18 personen gedetineerd. Het betreft drugskoeriers voor wie bijzondere voorzieningen nodig zijn. Zij zijn  ondergebracht in een ander gebouw elders op het terrein. Ten slotte zijn 5 personen nog voortvluchtig. 

Aan de personen die zijn overgeplaatst naar andere detentiecentra wordt - evenals aan de overige betrokkenen - maximale zorg en begeleiding geboden. Direct na aankomst in de inrichting op donderdag 27 oktober heeft een afzonderlijke intake plaatsgevonden door zowel een medewerker van de medische dienst als door de terugkeerfunctionaris. Op basis van deze intake heeft waar aangewezen verwijzing plaatsgevonden naar de inrichtingsarts, dan wel een psycholoog of psychiater. Hiertoe waren de medische dossiers van betrokkenen direct vanuit Schiphol overgebracht en waren extra psychologen in de inrichtingen beschikbaar. In het detentiecentrum Zeist zijn vier personen op aangeven van de inrichtingsarts met het oog op hun gezondheidstoestand tijdelijk in een observatiecel geplaatst. Berichten in de media als zou het gaan om plaatsing in isoleercellen zijn onjuist. Alle andere personen zijn in reguliere verblijfsruimten ondergebracht.

Bij binnenkomst is aan ieder van de personen afkomstig van Schiphol een telefoonkaart overhandigd opdat zij direct contact konden opnemen met familieleden of hun advocaat. Het dagprogramma is tot in de avond verlengd om (extra) bezoek mogelijk te maken. Binnen één dag zijn alle persoonlijke bezittingen overgebracht. Binnen de inrichtingen worden de gedetineerden afkomstig uit Schiphol zo veel mogelijk in elkaars nabijheid geplaatst met het oog op de verwerking van de traumatische gebeurtenissen. Er vinden zowel individuele als groepsgesprekken plaats, waarbij de geestelijke verzorgers een belangrijke rol vervullen. Daarnaast zijn in de locaties waar de personen uit Schiphol nu verblijven, gezamenlijke bijeenkomsten gehouden onder leiding van de geestelijke verzorgers.

Wat betreft de personen die op het moment van de brand in het detentiecentrum
Schiphol-Oost in vreemdelingenbewaring verbleven, heeft de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie besloten de gedwongen uitzettingen op te schorten in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek van de technische recherche. Personen die hebben aangegeven vrijwillig te willen vertrekken, worden daartoe in staat gesteld, mits het onderzoek hierdoor niet wordt belemmerd. Dit laatste is eveneens van toepassing voor drugskoeriers die ten tijde van de brand in het detentiecentrum waren gedetineerd, wanneer deze conform het geldende beleid worden heengezonden. Indien het onderzoek dat vereist, dienen zij daarvoor beschikbaar te blijven.

betrokken personeelsleden
Zoals aangegeven in de brief van de minister van Justitie van 27 oktober waren ten tijde van het uitbreken van de brand negen personen in dienst van Justitie aanwezig, te weten zeven medewerkers van de Dienst Justitiële Inrichtingen en twee medewerkers van een particulier beveiligingsbedrijf. Gemiddeld hadden deze medewerkers twee jaar ervaring als detentietoezichthouder. Alle medewerkers hadden de relevante basisopleiding voltooid. Acht personen hadden een volledige bedrijfshulpverlening-opleiding voltooid. Naast deze medewerkers waren ook vier leden van de Koninklijke marechaussee aanwezig. Kort nadat de brand onder controle was, waren de eerste hulpverleners van de geestelijke gezondheidszorg ter plekke om ondersteuning te verlenen aan het aanwezige personeel. Bij de aanvang van alle volgende diensten in het detentiecentrum zijn de medewerkers zowel individueel als gezamenlijk voorbereid. Tijdens en na afloop van de dienst zijn zij ook opgevangen. Hiertoe werden extra functiebegeleiders ingezet. Naast een Gz-psycholoog en de coördinator opvang en nazorg van het ministerie van Justitie, waren ook geestelijk verzorgers aanwezig. Ook de medewerkers van de hulpverlenings-diensten zijn vanuit de eigen organisatie opgevangen. Ten slotte is vanuit alle andere locaties in Nederland waar vreemdelingen-bewaring ten uitvoer wordt gelegd, collegiale steun verleend. Het ligt in het voornemen om nog deze week een herdenkingsbijeenkomst te doen plaats vinden.

Onderzoek
Op donderdag 27 oktober heeft de Onderzoeksraad voor veiligheid bekend gemaakt dat zij op diezelfde dag een onderzoek is gestart naar de brand in het detentiecentrum. Op vrijdag 28 oktober heeft de raad een eerste bijeenkomst georganiseerd met de meeste bij dit onderzoek betrokken partijen.
Betrokken partijen zijn:
- de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid,
-   de VROM-inspectie regio Noord-West,
- de Arbeidsinspectie
- de Inspectie voor de Gezondheidszorg en
- de Inspectie voor de Sanctietoepassing,
alsmede
- de gemeente Haarlemmermeer,
- het Openbaar Ministerie,
- de Rijksrecherche,
- de Koninklijke marechaussee en
- de Dienst Justitiële Inrichtingen.

De vanuit uw Kamer naar voren gebrachte vraagpunten in het debat over de brand op 27 oktober jl. zijn tijdens deze bijeenkomst bij de Onderzoeksraad ingebracht. Op korte termijn vindt een tweede overleg plaats. Bovengenoemde inspecties zijn gevraagd een bijdrage te leveren aan de formulering van de onderzoeksvragen alsmede de concrete uitvoering van het onderzoek. Het is de verantwoordelijkheid van de Onderzoeksraad om de aard en omvang van het onderzoek vast te stellen. De wetgeving inzake de Onderzoeksraad voor veiligheid bepaalt dat gestreefd dient te worden naar afronding van het onderzoek binnen een jaar.

Naast het onderzoek van de Onderzoeksraad voor veiligheid verricht de technische recherche onderzoek in opdracht van het Openbaar Ministerie, zoals de standaardprocedure is bij grote branden. De Onderzoeksraad zal waar mogelijk gebruik maken van de bevindingen uit dit onderzoek.

Voor alle onder DJI ressorterende inrichtingen wordt de stand van zaken
geïnventariseerd inzake gebruiksvergunningen, calamiteiten- en ontruimings-plannen, branddetectie en blusmiddelen, bedrijfshulpverlening en de inzet van het personeel gedurende de nacht. Zonodig zullen op basis van deze inventarisatie aanscherpingen van het brandveiligheidsbeleid plaatsvinden. Daarnaast is DJI op 28 oktober met een inventarisatie begonnen onder alle inrichtingen met een vergelijkbaar bouwconcept om na te gaan of er een noodzaak is de maatregelen, voorzieningen en instructies met betrekking tot de brandveiligheid aan te scherpen of aan te vullen. Tegelijkertijd is daarbij de opdracht gegeven om per direct een verscherpt toezicht te laten plaatsvinden ten aanzien van de brandveiligheid. Zodra mogelijk zult u over deze inventarisaties nader worden geïnformeerd.

Met het oog op het onderzoek van de Onderzoeksraad worden momenteel door de Dienst Justitiële Inrichtingen alle relevante documenten verzameld die betrekking hebben op de bouwkundige, de organisatorische en de personele veiligheid van het detentiecentrum Schiphol-Oost. Overigens hechten wij eraan te benadrukken dat de bouwkundige en installatietechnische aanbevelingen die door het Nibra in december 2002 werden gedaan, naar aanleiding van het onderzoek naar de brand op 30 november van dat jaar, alle zijn opgevolgd. Deze zijn gecontroleerd en geakkordeerd door de brandweer van de gemeente Haarlemmermeer, waarna een gebruikersvergunning is afgegeven. De gemeente Haarlemmermeer heeft hierover op 28 oktober 2005 een uitgebreid feitenoverzicht gepubliceerd. De Commissie van Toezicht van de toenmalige KMar-detentieplaatsen Schiphol heeft in juli 2004 een rapport uitgebracht over het regime, de huisvesting en organisatie van die KMar-plaatsen. Naar aanleiding van onder meer dit rapport is in overleg tussen de KMar en de DJI besloten dat de op het KMar-complex aanwezig gedetineerden werden overgeplaatst naar het DJI-gedeelte van het detentiecentrum. Het rapport heeft derhalve geen betrekking op het cellengebouw waar de brand heeft gewoed.

Wij hopen u met het bovenstaande voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd. Het is nu van het grootste belang dat de Onderzoeksraad voor veiligheid de gelegenheid wordt geboden om het onderzoek naar de brand in het detentiecentrum op een uiterst gedegen en zorgvuldige wijze uit te voeren. De inspanningen van het ministerie van Justitie zullen erop zijn gericht hieraan een maximale bijdrage te leveren, mede teneinde te voorkomen dat een dergelijke calamiteit zich in de toekomst opnieuw voor zou kunnen doen.

bron:MinJus



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: