Fundamentele bezwaren tegen EU-agentschap voor de Grondrechten



In een brief aan de Ministers van Buitenlandse Zaken, Justitie en Binnenlandse Zaken hebben de commissie Europese Samenwerkingsorganisaties en de bijzondere commissie voor de JBZ-raad van de Eerste Kamer kenbaar gemaakt overwegende bezwaren te hebben tegen de voorstellen een EU-Agentschap voor de Grondrechten op te richten.

Al op eerdere momenten had de Eerste Kamer richting de Nederlandse regering haar zorg geuit over het Europese voornemen het Waarnemingscentrum voor racisme en xenofobie om te vormen tot een Agentschap voor de Grondrechten. De regering gaf telkenmale aan de concrete voorstellen van de Europese Commissie te willen afwachten.

Op 30 juni jl. heeft de Europese Commissie de ontwerpverordening gepresenteerd. Na bestudering van dit voorstel hebben de commissies besloten de regering zo snel mogelijk op de hoogte te stellen van de bezwaren aangezien in de Raad unanimiteit nodig zal zijn om een besluit te nemen over het voorstel.

De bezwaren van de Eerste Kamercommissies, hebben hoofdzakelijk betrekking op het overlappen van de (toekomstige) werkzaamheden van dit Agentschap met de werkzaamheden van de Raad van Europa, maar ook op de uitbreiding van de (geografische en inhoudelijke) werkterreinen van het nieuwe Agentschap.

Het huidige voorstel van de Europese Commissie betekent een onwenselijke duplicatie van het werk van de Raad van Europa. Aangezien er in het voorstel geen sprake is van een duidelijke bevoegdheidsafbakening ofwel een specifiek mandaat voor het nieuwe Agentschap, is er geen voldoende waarborg dat het Agentschap slechts complementair aan de Raad van Europa zal functioneren.

Daarbij zijn de commissies van de Eerste Kamer tevens van mening dat wat geldt ten opzichte van de lidstaten ook dient te gelden ten opzichte van de Raad van Europa: de Europese Unie moet alleen die zaken ter hand nemen die beter op EU- niveau kunnen worden behandeld. Zou de EU taken op zich nemen die reeds door de Raad van Europa worden uitgevoerd dan betekent dit een verzwakking van de positie van beide instellingen en van de bescherming van mensenrechten in de EU.

Tenslotte zijn de commissies van mening dat de kerntaak van het huidige waarnemingscentrum, namelijk bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat, teveel naar de achtergrond zal verdwijnen met aanname van het huidige voorstel van de Europese Commissie.

De commissies hebben dit onderwerp reeds onder de aandacht gebracht van de Tweede Kamer met een brief aan de vaste kamercommissie Europese Zaken en van de nationale parlementen in de EU en hebben - nu de concrete voorstellen op tafel liggen - de bezwaren aan de regering kenbaar gemaakt met daarbij het verzoek om een zo snel mogelijke reactie.

bron:Eerste Kamer



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: