Fusies hebben over het algemeen een positieve invloed op de maatschappelijke prestaties van woningcorporaties. Zij leveren een bijdrage aan professionalisering, specialisatie en taakverbreding van de corporaties. Dit blijkt uit de resultaten van een onderzoek naar de maatschappelijke effecten van de fusies van woningbouwcorporaties. Deze resultaten heeft minister Dekker van VROM donderdag aangeboden in een brief aan de Tweede Kamer.

Effecten
De investeringskracht vergroot als gevolg van de fusies. De corporaties zijn hierdoor beter in staat tot het behalen van de prestatieafspraken met de gemeenten. Voor gemeenten wordt het vaak makkelijker om met een kleiner aantal corporaties tot zaken te komen. En er is een uitbreiding van activiteiten mogelijk door de fusie. Bij bovenregionale fusies is er echter een aantal aandachtspunten. Sommige corporaties kiezen na de fusie voor een centraal organisatiemodel. Dit model vertraagt de besluitvorming en de aanspreekbaarheid voor gemeenten en huurders neemt af.
Toetsing
Bij fusies van woningcorporaties hebben verschillende betrokkenen belangen. Om deze belangen goed tegen elkaar af te kunnen wegen wordt sinds 2002 door het ministerie van VROM een aantal toetsingsregels toegepast die zijn opgenomen in een circulaire. Deze zegt dat er voorafgaand aan een fusie aan de betrokken gemeente(n) en huurdersorganisaties wordt gevraagd of naar hun oordeel de fusie in het belang is van de volkshuisvesting. Fusieplannen worden tevens onderworpen aan een inhoudelijke toets van het ministerie van VROM. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de huurontwikkeling, het behouden van de lokale binding, inzet van de investeringscapaciteit voor lokale behoeften en de verbetering van professionaliteit en financiële samenwerking. Als het oordeel van de gemeente en huurdersorganisaties positief is hoeft de minister van VROM minder zwaar te toetsen. Minister Dekker concludeert in haar brief dat het onderzoek geen aanleiding geeft deze toetsingsregels aan te passen. Wel zullen de toetsingsregels van VROM en die van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma) procedureel en inhoudelijk worden afgestemd. De Nma toetst of er bij een fusie geen economische machtspositie ontstaat die de concurrentie op de Nederlandse markt belemmert.
Door de aanhoudende stroom van fusies rijzen er steeds meer vragen naar het nut en de noodzaak voor de volkshuisvesting van fusies. Deze zijn de aanleiding geweest voor het onderzoek naar het maatschappelijk rendement van fusies.
bron: VROM