Het Openbaar Ministerie Leeuwarden heeft besloten om de vier minderjarige verdachten in de zedenzaak Camminghaburen (jongens van 10, 11, 12 en 13 jaar) niet strafrechtelijk te vervolgen omdat niet kan worden bewezen dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik van zeven kinderen in de leeftijd van 3 tot 8 jaar. Kinderen beneden de 12 jaar kunnen overigens niet strafrechterlijk worden vervolgd.

De kinderen zouden in de periode tot juli 2005, in de wijk Camminghaburen eenmaal of meermalen zijn misbruikt door de verdachten.

De zeven kinderen zijn, afzonderlijk van elkaar, door gespecialiseerde politiemensen in een speciale studio gehoord. De verklaringen die zij hebben afgelegd, komen op onderdelen niet met elkaar overeen en wijken ook af van de aangiftes. De vier verdachten hebben ontkend dat zij de kinderen seksueel hebben misbruikt.

De officier van justitie is tot zijn beslissing gekomen op basis van bovenstaande à©n op basis van bevindingen van een psychologe die deskundig is op het gebied van zedenzaken waarbij jonge kinderen zijn betrokken. Deze psychologe - die tevens politiefunctionarissen traint die in dergelijke zaken studioverhoren afnemen - is ingeschakeld om in deze complexe zaak als onafhankelijk deskundige de afgelegde verklaringen van alle betrokken kinderen te bestuderen.

Zij heeft onlangs haar bevindingen aan de officier van justitie gerapporteerd. Op grond van deze bevindingen en van het uitgebreide politieonderzoek, heeft de officier van justitie een zorgvuldig afgewogen beslissing kunnen nemen.

De ouders van alle betrokken kinderen zijn inmiddels geïnformeerd.

Indien de ouders de aangifte hebben gedaan, het niet eens zijn met de beslissing van de officier van justitie, kunnen zij een klacht ex art. 12 Sv indienen bij het Gerechtshof in Leeuwarden.

bron:OM