Dinsdag is bij de rechtbank van Rotterdam de uitspraak geweest in de rechtszaak die Anton Geesink had aangespannen tegen Hans Blankert. De heer Geesink is hierbij niet in het gelijkgesteld door de rechter. De uitspraak is volgens NOC*NSF naar verwachting. De nationale sportkoepel betreurt het dat het zover heeft moeten komen en is blij dat deze nare slepende kwestie voorbij is. NOC*NSF wil graag nu weer overgaan tot de orde van de dag. 
 

Achtergrond
Geesink is als IOC-lid qualitate qua bestuurslid van NOC*NSF, maar hij dagvaardde Blankert op persoonlijke titel. NOC*NSF was in deze zaak weliswaar niet gedaagd, maar werd formeel wel partij, omdat het ging om uitspraken die Blankert heeft gedaan als voorzitter van de nationale sportkoepel (1999-2003). Deze uitingen zijn door Geesink als beledigend ervaren. In samenspraak met Blankert heeft de sportkoepel de afgelopen twee jaar diverse pogingen ondernomen om de zaak via bemiddeling op te lossen. Het is een oude kwestie, die ons inziens geen rechtszaak waard is. Het gaat om uitingen uit 2002 en eerder en wel in een bepaalde context en in reactie op uitspraken van Geesink. Ook zijn zaken uitvergroot en daarmee geëscaleerd. Bovendien werd al een streep gezet onder deze kwestie in juli 2002 toen het 'convenant Rijpstra' werd opgesteld. In het convenant zijn heldere afspraken gemaakt, die de verhouding tussen Geesink en het NOC*NSF-bestuur zouden normaliseren.

bron: NOC*NSF