Gekozen burgemeester na wijziging van de grondwet



Het kabinet heeft het wetsvoorstel tot grondwetswijziging dat de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester in de Grondwet opneemt, vergezeld van het advies van de Raad van State, naar de Tweede Kamer gezonden. Met de grondwetswijziging wordt een einde gemaakt aan de benoeming van de burgemeester door de Kroon. Minister Pechtold van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties en Minister Remkes van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben dit voorgesteld.

De Raad van State is in zijn advies kritisch en vindt dat er geen voldoende breed
draagvlak is voor opneming in de Grondwet van de directe verkiezing als aanstellingswijze van de burgemeester. Het kabinet is van mening dat er voldoende argumenten zijn om de burgemeester rechtstreeks door de ingezetenen te laten kiezen en dit in de Grondwet op te nemen. Bij de verdere parlementaire behandeling van de grondwetsherziening in eerste en tweede lezing zal moeten blijken of er voldoende politiek draagvlak voor opneming in de Grondwet van de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester bestaat.

In het Paasakkoord dat de voorzitters van de coalitiefracties in de Tweede Kamer in
overleg met het kabinet hebben opgesteld, is deze grondwetswijziging afgesproken. De aanleiding tot deze afspraak was dat de Eerste Kamer op 22 maart 2005 de tweede lezing van een grondwetsvoorstel verwierp dat moest leiden tot het uit de Grondwet halen van de kroonbenoeming van de Commissaris van de Koning en de burgemeester.

De indiening van deze wijziging van de Grondwet betekent dat de discussie met de Tweede Kamer kan worden voortgezet over de bevoegdheden van de rechtstreeks te kiezen burgemeester. In de wetsvoorstellen daarover, die nu al in de Tweede Kamer liggen, krijgt de rechtstreeks gekozen burgemeester vooral een centrale rol bij de collegevorming en bij de benoeming van wethouders. Verder krijgt hij een sterkere positie binnen het college van burgemeester en wethouders.

Minister Pechtold zal zich ter voorbereiding op de discussie met de Tweede Kamer de
komende maanden beraden op de mogelijkheden voor een verdere versterking van de bevoegdheden van de gekozen burgemeester. Een aantal rondetafelgesprekken met betrokkenen uit gemeentelijke kring en wetenschappers heeft hij inmiddels gevoerd.

De Grondwet schrijft voor dat een wijziging van de Grondwet in twee lezingen moet worden behandeld. Dat wil zeggen dat niet alleen de Tweede Kamer en de Eerste Kamer in hun huidige samenstelling, maar ook de nieuwe Tweede Kamer na de verkiezingen van 2007 en vervolgens de Eerste Kamer moeten instemmen met de wijziging. Bij deze tweede ronde moet tweederde meerderheid van beide Kamers instemmen met de grondwetswijziging. De regeling kan daarom pas na de Tweede-Kamerverkiezingen in 2007 van kracht worden. Als alles volgens plan verloopt kunnen alle burgemeesters in Nederland in 2010 voor het eerst gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen rechtstreeks gekozen worden.

bron:BZK



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: