Volgend jaar wordt een nieuwe generatie elektronische reisdocumenten ingevoerd. Dat heeft minister Pechtold bekend gemaakt bij de afsluiting van de biometrieproef die gedurende zes maanden is gehouden in de gemeenten Almere, Apeldoorn, Eindhoven, Groningen, Rotterdam en Utrecht.

De proef is gehouden om na te gaan hoe het aanvraag- en uitgifteproces bij gemeenten ingericht moet worden en om te toetsen of de biometrische kenmerken (gelaatscan en vingerscan) in de reisdocumenten gecontroleerd konden worden.

Gedurende zes maanden zijn voor de gemeenten Almere, Apeldoorn, Eindhoven,
Groningen, Rotterdam en Utrecht ca 14.500 testdocumenten geproduceerd waarin een chip, een gezichtsopname en twee vingerafdrukken zijn opgenomen. In de deelnemende gemeenten konden mensen, in ruil voor een korting op een nieuw paspoort, aan de proef meedoen. Er werd voor hen een testreisdocumenten met de genoemde biometrische kenmerken gemaakt. Vervolgens werd bij het afhalen van het document nagegaan of deze kenmerken goed gecontroleerd konden worden.

De proef heeft een aantal belangrijke resultaten opgeleverd. De gezichtsopname kan gemaakt worden conform de door de Europese Unie gestelde eisen. Daarvoor zal de pasfoto die ingeleverd moet worden bij aanvraag van een reisdocument worden gescand.

Hoewel het bij 98,4% van de deelnemers aan de proef gelukt is om een gezichtsopname te maken, is vast komen te staan dat het nodig is om de eisen voor de foto die ingeleverd moet worden te verscherpen. Dit om de kans op een succesvolle verificatie bij controle te vergroten. Verscherping van de eisen houdt concreet in dat de pasfoto's moeten gaan voldoen aan de aanbevelingen van de International Civil Aviation Organisation (ICAO). De gemeenten krijgen de beschikking over software om geautomatiseerd na te gaan of een
pasfoto geschikt is.

Ook voor de vingerafdrukken is de kwaliteit cruciaal. Is de opgenomen vingerafdruk van onvoldoende kwaliteit dan is de kans groot dat verificatie van de vingerafdruk bij controle mislukt. In de proef is de open standaard van het National Institute of Standards and Technology (NIST) gebruikt voor het meten van de kwaliteit.

Het merendeel van deelnemers aan de proef bleek overigens ondersteuning nodig te hebben om tot de opname van een kwalitatief goede vingerafdruk te komen. Dat geldt ook voor de ambtenaar van de uitgevende instanties. Die heeft ondersteuning nodig om te kunnen beoordelen of de opgenomen vingerafdruk wel of niet van voldoende kwalitatief niveau is. Het opnemen van een vingerafdruk nam bij de proef gemiddeld 20 seconden per vinger. Het opnemen van vingerafdrukken bij personen met beschadigde vingers, etc. duurde aanzienlijk
langer, namelijk meer dan 40 seconden.

Verder is gebleken dat het opnemen van vingerafdrukken bij kleine kinderen moeilijk is. Bij kinderen tot 6 jaar is het bijna onmogelijk. De kwaliteit van vingerafdrukken bij ouderen neemt ook af. Deze uitkomsten heeft minister Pechtold binnen de Europese Unie aangekaart.

bron:BZK