Het gerechtshof te Leeuwarden heeft een vijfenveertigjarige man veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Het hof achtte bewezen dat verdachte een ander met een vuurwapen heeft vermoord en hem vervolgens in een door hemzelf gemaakte oven heeft verbrand. Van de stoffelijke resten is geen spoor teruggevonden.

 

De bewezenverklaring berust behalve op verklaringen van getuigen op een brief van verdachte waarin hij een ander probeert aan te zetten tot moord op een van de belangrijkste getuigen van de moord en verbranding. Deze moord is niet uitgevoerd. Ook voor deze mislukte uitlokking is de verdachte veroordeeld.

De rechtbank te Groningen had verdachte gestraft met een gevangenisstraf van twintig jaar. Daarbij heeft zij overwogen dat ook de daders van de ernstigste misdrijven uitzicht dienen te houden op een terugkeer in de maatschappij. Het hof is het met dit uitgangspunt eens, maar is van oordeel dat er uitzonderingen zijn waarin een vrijlating op termijn onaanvaardbaar is. Dit is zo’n uitzondering.

Het hof heeft hierbij gelet op het gruwelijke, mensonterende en bizarre van de bewezen verklaarde feiten. Verder heeft het hof in beschouwing genomen dat verdachte de nabestaanden van het slachtoffer veel leed berokkend heeft. Zij hebben geen afscheid kunnen nemen en verkeren tot op de dag van vandaag in onzekerheid over de plaats waar en de wijze waarop de overblijfselen van hun dierbare zijn gedeponeerd.

Het hof heeft bij de bepaling van de straf voorts overwogen dat verdachte geweigerd heeft medewerking te verlenen aan een gedragskundig onderzoek, dat mede gericht zou zijn geweest op beantwoording van de vraag of de bewezen verklaarde feiten de verdachte kunnen worden toegerekend. Nu de desbetreffende rapportage ontbreekt en het hof zelf geen aanknopingspunten heeft kunnen vinden waaruit kan worden afgeleid dat de daden hem niet kunnen worden toegerekend, moet verdachte volledig verantwoordelijk voor zijn daden worden geacht.

Verdachte heeft naar het oordeel van het hof aangetoond gewetenloos te zijn; hij heeft er geen probleem mee andere mensen uit de weg te ruimen als ze hem op een of andere wijze in de weg zitten. Hij is haatdragend en wraakzuchtig. Het hof deelt de opvatting van de advocaat-generaal dat, in het geval de verdachte vrijkomt, diverse personen voor hun leven hebben te vrezen. Alles tezamen genomen oordeelt het hof dat de bescherming van de maatschappij tegen deze dader de voorrang dient te hebben boven het perspectief op vrijlating op enige termijn en dat dus terugkeer in de samenleving onaanvaardbaar is.

Bron: Gerechtshof Leeuwarden