Groeitempo vraag naar meer ruimte voor bedrijvigheid neemt langzaam af



De vraag naar bedrijventerrein in Nederland zal de komende vijftien jaar nog flink toenemen, maar wel in een lager tempo dan in de jaren negentig. Na 2020 neemt de groei verder af. In sommige scenario s treedt dan zelfs een daling van de vraag op. Hoe groot de toename van de vraag de komende jaren zal zijn, is onzeker: ramingen van de landelijke uitbreidingsbehoefte tot en met 2020 lopen uiteen van 4 000 tot 18 000 hectare netto bedrijventerrein.
De spectaculaire uitbreiding van kantoorruimte die zich in de jaren rond de eeuwwisseling heeft voorgedaan, wordt de komende decennia niet geëvenaard. Dit zijn de voornaamste uitkomsten van toekomstverkenningen die het CPB vrijdag heeft gepubliceerd onder de titel Bedrijfslocatiemonitor - De vraag naar ruimte voor economische activiteit tot 2040.

De verkenningen van de ruimtevraag zijn opgesteld tegen de achtergrond van een viertal toekomstscenario s voor de economische en demografische ontwikkeling op lange termijn, die het CPB eerder heeft gepubliceerd onder de titel Vier vergezichten op Nederland (2004). De toekomstige vraag naar bedrijventerreinen en kantoorruimte is geraamd voor de twaalf provincies en zeven grootstedelijke regio s. Zodoende bieden de verkenningen aanknopingspunten voor het ruimtelijk beleid van landelijke, provinciale en gemeentelijke overheden.  Het onderzoeksproject Bedrijfslocatiemonitor (BLM) wordt gefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Ondanks lager groeitempo blijft raming van totaal ruimtebeslag in 2020 bijna ongewijzigd
Het tempo waarin het ruimtebeslag de komende tijd toeneemt, zal tussen de 0,4 en 1,5% per jaar liggen. Dit tempo is lager dan de 2,4% die het gemiddeld in de laatste decennia is geweest, en het tempo neemt ook in de loop van de tijd af. Inclusief de vervangingsvraag die voortkomt uit de opheffing van bestaande bedrijventerreinen, loopt de landelijke toename van het bruto ruimtebeslag van nieuwe bedrijventerreinen van 2004 tot en met 2020 uiteen van 7 000 tot 25 000 hectare (bruto wil zeggen: inclusief parkeerplaatsen, wegen, groen en dergelijke). Gemiddeld per jaar is dat minder dan in de voorgaande BLM-ramingen, die gepubliceerd zijn in 1999. Maar inclusief de hoge uitgifte in de afgelopen jaren liggen de huidige ramingen voor het ruimtebeslag van bedrijventerreinen in het jaar 2020 binnen de oude bandbreedte. De verschillen zijn overigens gering.

Beperkte groei is saldo van tegengestelde ontwikkelingen
Dat de vraag naar bedrijventerreinen voorlopig nog doorgroeit, komt onder meer doordat bedrijven zich meer en meer vestigen op bedrijventerreinen in plaats van op verspreide locaties in steden en dorpen. Daardoor komt op die plaatsen ruimte vrij die geschikt is voor bijvoorbeeld woningbouw. Daarnaast blijft het ruimtegebruik per werkende in industrie en logistiek naar verwachting een gestage toename vertonen, althans buiten de Randstad. Maar tegelijkertijd verschuift werkgelegenheid van sectoren met een groot ruimtebeslag per werkende (vooral industrie en logistiek) naar sectoren met een relatief klein ruimtebeslag, met name naar de dienstverlening. Deze verschuiving heeft ook tot gevolg dat een steeds groter deel van de mensen in kantoren werkt. Dit tempert de totale vraag naar bedrijventerreinen, maar stimuleert de vraag naar kantoorruimte (die zich voor een deel op bedrijventerreinen manifesteert). De kantoorruimte zal tot 2020 met 0,6 tot 1,7% per jaar groeien. Tenslotte neemt de werkgelegenheid na 2020 in drie van de vier scenario s af, een gevolg van de voortgaande vergrijzing van de bevolking.
Regionale en sectorale verdeling
De groei van de terreinvraag is de afgelopen jaren het sterkst geweest in het Noorden van het land. Deze tendens zal zich vermoedelijk doorzetten. In de Randstad, waar de grondprijzen het hoogst zijn, zal de groei wat achterblijven bij het landelijk gemiddelde. Absoluut gezien is de vraag naar droog bedrijventerrein het grootst in Noord Brabant, gevolgd door Gelderland en Limburg.
Het aandeel van de industrie in het ruimtebeslag van bedrijventerreinen zal naar verwachting dalen, maar het aandeel van de logistieke diensten zal duidelijk toenemen. In geringere mate geldt de toename ook voor zakelijke dienstverlening (kantoren) en voor consumentendiensten, zoals winkels met een groot vloeroppervlak. Daardoor vervaagt langzamerhand het onderscheid tussen bedrijventerreinen en andere typen werklocaties, zoals winkelgebieden of kantoorlocaties.
bron:CPB



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: