Groot draagvlak voor werken met behoud van uitkering



Er is een groot maatschappelijk draagvlak voor werken met behoud van uitkering als middel om mensen die ver van de arbeidsmarkt afstaan aan de slag te helpen. Gemeenten zouden van deze mogelijkheid meer gebruik kunnen en moeten maken.

Dit staat in de kabinetsreactie op het advies van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) 'Omdat iedereen nodig is', die staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het kabinet is overwegend positief over de aanbevelingen van de RWI en deelt de opvatting van de Raad dat er alles aan gedaan moet worden om te voorkomen dat mensen langdurig met een uitkering thuis zitten.

Van Hoof gaat met de RWI overleggen over de opstelling van een praktische handreiking voor gemeenten, waarin de belangrijkste onderdelen van het advies worden uitgewerkt. De RWI heeft een zogenoemde reïntegratieladder opgesteld. De vier sporten van de ladder beschrijven welke reïntegratie-instrumenten geschikt zijn voor welke uitkeringsgerechtigde. Afhankelijk van hoe ver iemand van de arbeidsmarkt afstaat varieert de begeleiding van bijvoorbeeld schuldhulpverlening, vrijwilligerswerk, stages tot een sollicitatiecursus. Het idee achter de ladder is dat iedereen mogelijkheden krijgt om omhoog te klimmen, met uiteindelijk een betaalde baan als doel.

Ook de zogenoemde participatiebanen maken onderdeel uit van de reïntegratieladder. In zo'n baan doen mensen voor wie een betaalde baan nog te hoog gegrepen is, werkervaring op. Het kabinet staat positief tegenover de voorstellen van de RWI op dit gebied. Een van de vormen ervan is werken met behoud van uitkering. Dat is onder de Wet werk en bijstand (WWB) al mogelijk, maar hier wordt nog weinig gebruik van gemaakt. Daarnaast stelt de RWI contractuele participatiebanen voor. In dat geval komt de uitkeringsgerechtigde in dienst bij de werkgever en wordt de uitkering ingezet als loonkostensubsidie. Ook dit heeft aantrekkelijke kanten, schrijft Van Hoof. Hij wijst wel op alle praktische problemen en bureaucratie die deze banen met zich mee zullen brengen. Zo zou bijvoorbeeld in CAO's of in een aparte wet geregeld moeten worden dat de werknemers in een participatiebaan niet hetzelfde werk mogen doen als de overige werknemers en ook niet dezelfde rechten hebben als het gaat om beloning, arbeidsduurverlenging en dergelijke. Van Hoof benadrukt dat ook een participatiebaan altijd een tijdelijk karakter moet hebben en moet helpen de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen.

De RWI heeft volgens het kabinet goede voorstellen gedaan voor de invulling van zogenoemde leerwerktrajecten voor laaggeschoolde werklozen. Het kabinet geeft aan deze voorstellen de voorkeur boven het voorstel van de coalitie om mensen tegen 90 procent van het minimumloon te laten werken. De RWI stelt een combinatie van werken en leren voor, waarbij de uitkeringsgerechtigde maximaal een half jaar werkt met behoud van uitkering, plus eventueel een premie. Daarna betaalt de werkgever het loon volgens de CAO. De werkgever kan hiervoor loonkostensubsidie krijgen. De overheid betaalt bovendien de scholingskosten. De deelnemer krijgt geen garantie op een baan, maar vergroot wel zijn kansen. Van Hoof gaat onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om leerwerktrajecten voor laaggeschoolde werklozen te stimuleren via een belastingmaatregel.

Volgens werkgevers is het ziekteverzuim hoog onder jongeren die onvoldoende opleiding hebben om een baan te vinden. Hierdoor zijn werkgevers huiverig om hen aan te nemen. Motivatie en gedragsproblemen zouden de oorzaak van het verzuim zijn. Dit probleem kan volgens het kabinet het best op lokaal niveau worden aangepakt. Er zijn goede voorbeelden van succesvolle projecten, onder meer in Den Haag. Daarnaast is het kabinet bereid een proefproject op te zetten om het financiële risico voor werkgevers die jongeren uit risicogroepen aannemen te verminderen, zodat de effectiviteit ervan kan worden nagegaan.

Vandaag verschijnt er ook een handreiking voor gemeenten die beleid ontwikkelen om mensen in de bijstand zo snel mogelijk aan de slag te helpen. Deze handreiking - 'Work First op instrumenteel niveau' - is met subsidie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemaakt door de stichting StimulanSZ. Gemeenten krijgen, aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, uitleg over mogelijkheden en moeilijkheden van een beleid dat erop is gericht om mensen uit de bijstand naar een betaalde baan te loodsen. Staatssecretaris Van Hoof verwacht dat gemeenten er in de praktijk goed gebruik van kunnen maken.

bron:SZW



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: