Defensie heeft voor militairen op uitzending een zorgplicht die zich toespitst   op voorbereiding, uitzending en nazorg. Vooral het laatste aspect krijgt veel aandacht van Defensie, zelfs na het verlaten van de actieve dienst. Generaal-majoor Hans Leijh, plv. hoofddirecteur Personeel lichtte vandaag het beleid van zorg rondom uitzendingen toe.

Leijh benadrukte dat het de missie in Uruzgan geen aanleiding is voor het aanpassen van het zorgsysteem. Het zorgmodel bestond al tijdens eerdere uitzendingen. In de initiële opleiding wordt al veel aandacht besteed aan mentale weerbaarheid en hoe om te gaan met stress. In de voorbereidende fase volgt nog een missiegerichte opleiding waarin ook gezondheidsrisico’s en informatie over cultuur, bevolking en geografie aan bod komen. Bij iedere militair vindt een individuele screening plaats of hij psychisch, medisch/sociaal in staat is op uitzending te gaan. Ook de achterblijvers, het thuisfront, worden actief betrokken in de verschillende fasen van uitzending. De ervaring leert immers dat de militair zich beter op zijn taak concentreert als het goed gaat met de dierbaren.

Leijh stelde verder de rol van de commandant ter plekke centraal. Ook kiest de militair in het gebied een zogenoemde “buddy”, een klankbord, iemand op wie hij altijd kan terugvallen en wederzijds. In het uitzendgebied is permanent een zorgteam van eerstelijns-hulpverleners aanwezig, zoals geestelijk verzorgers, psychologen en artsen. Direct na de uitzending, maar vóór terugkeer naar Nederland is er een periode van adaptatie buiten het uitzendgebied. Hier kijkt men als groep terug op de afgelopen missie en staat men stil bij het weer functioneren in het “normale” leven. Luitenant-kolonel Piet van der Sar, commandant van de battlegroup Task Force Uruzgan, waarvan de hoofdmacht 4 juli vertrekt, gaf uit eigen ervaring in Irak aan dat deze overgangsfase erg belangrijk is. “Groepsgesprekken zijn goed voor de verwerking”. Hij zei ook dat zijn mannen de missie met zelfvertrouwen tegemoet zien in de wetenschap dat ze goed zijn opgeleid, getraind en getoetst.

Defensie blijft zorgen voor haar veteranen. Eind dit jaar treedt er een zogenoemd Veteranensysteem in werking dat wordt gekoppeld aan de Gemeentelijke Basisadministratie. Op deze wijze kan Defensie oudgedienden altijd traceren en vooral actief informeren over alle zorgmogelijkheden.

Staatssecretaris Van der Knaap stelde dat het grootste deel van de veteranen geen psychische schade oploopt en de uitzending vaak juist ziet als een ervaring waarbij men levenslang baat heeft. “Slechts een klein percentage houdt klachten over aan de uitzending. Daarvoor nemen we de zorgplicht op ons.” 

bron:MinDef