Het schietincident op het Mercatorplein in Amsterdam



Bij beschikking van heden heeft het gerechtshof te Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de dood van een man die in een eethuis aan het Mercatorplein met een mes is toegelopen op een politieambtenaar. De politieman heeft de betrokken man neergeschoten, waarna deze ter plekke aan zijn verwonding is overleden. Het Hof acht het juist dat de betrokken politieman verder niet wordt vervolgd.

De officier van justitie te Amsterdam had besloten de betrokken politieambtenaar niet te vervolgen. De nabestaanden van het slachtoffer hebben tegen die sepotbeslissing van de officier van justitie een klacht ingediend bij het gerechtshof te Amsterdam. Zij verzochten het hof alsnog de vervolging van de bewuste politieman te bevelen. Bij beschikking van 23 juni 2004 heeft het gerechtshof bevolen dat onder leiding van een rechter-commissaris een gerechtelijk vooronderzoek zou worden ingesteld met het oog op het houden van een reconstructie van het schietincident.

Nadat de reconstructie had plaatsgehad is de officier van justitie opnieuw tot de conclusie gekomen dat geen vervolging moet worden ingesteld. Daarom heeft hij het gerechtshof verzocht erin te bewilligen (toestemming te verlenen) om aan de bewuste politieman een kennisgeving te doen toekomen dat hij niet verder zou worden vervolgd. De officier van justitie was namelijk van oordeel dat de politieman heeft gehandeld uit noodweer.

De nabestaanden van het slachtoffer hebben zich verzet tegen de inwilliging van het verzoek van de officier van justitie. Het gerechtshof heeft bij beschikking van heden bepaald dat de officier van justitie wél een kennisgeving van niet verdere vervolging mag doen toekomen aan de bewuste politieman. Het hof is van oordeel dat het onderzoek in deze zaak, en in het bijzonder de reconstructie van het schietincident, voldoende aanwijzingen opleveren dat de bewuste politieman kort gezegd heeft gehandeld uit noodweer. Er valt daarom niet te verwachten dat een strafvervolging zal leiden tot een veroordeling van de politieman.

Het hof heeft in de beschikking van heden toegelicht op welke gronden tot dit oordeel is gekomen. De politieman werd onverhoeds geconfronteerd met een man die gewapend met een voor toesteken gereed mes met hoge snelheid op hem af kwam lopen. De man reageerde niet op het bevel van de politieman het mes te laten vallen. De politieman was niet in de positie om aan deze man te ontkomen. Hij liep ernstig gevaar. De man kon bovendien ook een gevaar zijn voor andere personen in het eethuis. Met één van hen was deze man kort daarvoor in een handgemeen betrokken.

In de beschikking van heden bespreekt het hof tevens enkele procedurele kwesties die door de nabestaanden aan het hof zijn voorgelegd.

bron:Gerechtshof Amsterdam



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: