Hof spreekt Samir A. vrij



Het Gerechtshof 's-Gravenhage heeft vandaag Samir A. vrijgesproken van deelneming aan een gewapende overval op een Edah-winkel en van het voorbereiden van een aanslag. Het hof twijfelt niet aan de terroristische intentie van Samir A., maar vindt dat van hetgeen hij in dat verband heeft ondernomen géén reële dreiging voor een aanslag noch enige concrete gevaarzetting kón uitgaan. Volgens het hof zou men hem in wezen straffen voor zijn gedachten en intenties, als hij ondanks het ontbreken van reële dreiging en concrete gevaarzetting toch veroordeeld zou worden. Dit heeft de wetgever juist uitdrukkelijk willen uitsluiten.

Het arrest van het hof betreft een uitspraak in het hoger beroep van de officier van justitie tegen het op 6 april 2005 door de Rechtbank Rotterdam gewezen vonnis in de strafzaak tegen Samir A., geboren te Amsterdam in 1986. De Rotterdamse rechtbank sprak Samir A. vrij (zie: AT3315).

In het hoger beroep zijn uitsluitend aan de orde de aan Samir A. verweten deelneming aan de gewapende overval op de Edah-winkel te Rotterdam op 8 april 2004 en voorbereiding van een terroristische aanslag in de periode van 1 november 2003 tot en met 30 juni 2004.

Betrokkenheid infiltrant AIVD
Het hof heeft de verzoeken van de verdediging afgewezen en de formele verweren verworpen. Ten aanzien van het verzoek tot het horen van getuigen, waartoe het scenario geschetst is van een zekere S.B. die als infiltrant van de AIVD de overval op de Edah-winkel uitgelokt zou hebben om een doorzoeking van de woning van Samir A. mogelijk te maken, overweegt het hof onder meer dat dit scenario dermate mistig en speculatief van aard is, dat het een nader onderzoek niet kan rechtvaardigen.

Overval Edah
Het hof oordeelt dat toereikend wettig en overtuigend bewijs, dat Samir A. de overval op de Edah-winkel mede gepleegd heeft of daaraan medeplichtig is geweest, ten ene male ontbreekt, zodat hij van dat feit is vrijgesproken.

Voorbereiding aanslag
Wat betreft de voorbereiding van een aanslag beklemtoont het hof dat het uitsluitend te oordelen heeft gehad over een feit dat ruim 16 maanden geleden zou zijn begaan, zodat de recente, nieuwe verdenkingen tegen Samir A. buiten beschouwing zijn gebleven.

Het hof komt tot de slotsom dat niet getwijfeld wordt aan de terroristische intentie van Samir A., maar dat hetgeen hij in dat verband heeft ondernomen om tot het voorbereiden van een aanslag te komen, zich in een zodanig pril stadium bevond en zo onbeholpen en primitief was, dat daarvan géén reële dreiging voor een aanslag noch enige concrete gevaarzetting kón uitgaan. Op de keper beschouwd stond de verdachte nagenoeg met lege handen.

Zou men ondanks het ontbreken van die reële dreiging en concrete gevaarzetting een verdachte toch veroordelen, dan zou men hem in wezen straffen voor zijn gedachten en intenties, hetgeen de wetgever juist uitdrukkelijk heeft willen uitsluiten.

Het hof heeft Samir A. om die reden vrijgesproken van de hem verweten voorbereiding van een terroristische aanslag.

bron:Gerechtshof 's-Gravenhage



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: