In het eerste halfjaar van 2006
overnachtten gemiddeld 82,5 duizend mensen per dag in Nederlandse
hotels. Drie jaar eerder waren dit er nog ruim 70 duizend. Het
aantal gasten in verblijfsrecreatieve accommodaties (campings,
bungalows en groepsaccommodaties) daalde in diezelfde periode van
117 duizend tot 110 duizend per dag. Dat blijkt uit de ervaringen
van het CBS.

Meer buitenlandse gasten in hotels

Het aantal hotelovernachtingen is in het
eerste halfjaar van 2006 met 17 procent gestegen ten opzichte van
diezelfde periode drie jaar eerder. Het aantal overnachtingen van
buitenlandse gasten steeg met 19 procent. Bij de Nederlandse
hotelgasten was deze groei 15 procent.

Meeste hotelgasten in West-Nederland

West-Nederland is goed voor 63,3 procent
van alle hotelovernachtingen. Vooral buitenlandse gasten kiezen
vaak voor een hotel in het westen (ruim 80 procent). Van de
Nederlandse hotelgasten gaat ongeveer 45 procent voor een
hotelovernachting naar het westen. In Zuid-Nederland komt nog ruim
een derde van de hotelgasten uit het buitenland, en in het noorden
en oosten is dit nog slechts een vijfde.

Minder drukte in de verblijfsrecreatie

Op een doorsnee dag in het eerste halfjaar
van 2006 verbleven ruim 110 duizend gasten in een
verblijfsrecreatieve accommodatie. Drie jaar daarvoor waren dit er
nog 117 duizend. Hiermee is het aantal gasten in deze accommodaties
de afgelopen drie jaar met ruim 5 procent gedaald. Nederlanders
overnachten wel vaker in een verblijfsrecreatieve accommodatie dan
in een hotel.

7,1 miljoen Nederlandse gasten verbleven
in een hotel, tegen 15,7 miljoen in een verblijfsrecreatieve
accommodatie. Buitenlandse gasten zijn goed voor 7,8 miljoen
overnachtingen in een hotel, tegen 4,3 miljoen overnachtingen in
een verblijfsrecreatieve accommodatie.

bron:CBS