Huisartsen schrijven vaker nieuwe antidepressiva voor.



Steeds meer mensen met een depressie of angststoornis krijgen van hun huisarts een recept voor antidepressiva. Vooral de nieuwste middelen (de specifieke serotonine heropname-remmers of SSRI's) zijn populairder geworden. Huisartsen vinden dat deze SSRI's effectief zijn en dat ze minder bijwerkingen hebben dan de oudere antidepressiva (de tricyclische antidepressiva of TCA's). 

Het voorschrijven van antidepressiva door huisartsen is sneller toegenomen dan dat van andere geneesmiddelen: tussen 1997 en 2000 was de toename jaarlijks 12%, daarna is de groei afgezwakt: van 9% in 2001 via 4,5% in 2002 naar 4% in 2003. (zie www.sfk.nl). Het aantal huisartspatiënten met een depressie lijkt daarentegen de afgelopen vijftien jaar eerder afgenomen dan toegenomen. Het NIVEL heeft onderzocht waardoor het gebruik van antidepressiva en de groei daarin te verklaren is. De oorzaak blijkt vooral het gegroeide vertrouwen van de huisarts in het nut en de werking van antidepressiva. Druk vanuit de patiënt of de farmaceutische industrie spelen minder sterk een rol. Uit het NIVEL onderzoek blijkt ook dat het gebruik van antidepressiva nog veel hoger zou zijn als huisartsen potentiële gebruikers vaker zouden herkennen. Bij eenderde van de patiënten met een depressie of angststoornis constateert de huisarts geen enkele psychosociale problematiek. Omgekeerd blijkt dat slechts in 6% van de gevallen een patiënt ten onrechte depressief of angstig wordt bevonden door de huisarts. In het verleden waren deze cijfers niet veel anders.
Het onderzoek is verricht in samenwerking met het Centre for Quality of Care Research (WOK). Het onderzoek is gesubsidieerd door het College voor Zorgverzekeringen (CVZ).

Patiënt hoeft niet per se pillen
De farmaceutische industrie lijkt geen doorslaggevende rol te spelen in het aantal antidepressivarecepten dat de huisartsen uitschrijven. Huisartsen die zich vaker via de farmaceutische industrie laten informeren over geneesmiddelen schrijven weliswaar relatief vaker nieuwe antidepressiva voor, maar hun totale aantal voorschriften voor antidepressiva ligt niet hoger dan gemiddeld. Huisartsen die vaker richtlijnen (zoals de NHG standaarden) raadplegen, schrijven wel minder antidepressiva voor. 
Huisartsen blijken evenmin een sterke druk van hun patiënten te ervaren om antidepressiva voor te schrijven. Ze kijken dan ook vooral naar de vermoedelijke baat die een patiënt erbij zal hebben, bijvoorbeeld op basis van antidepressiva-gebruik in het verleden. Als een patiënt zelf om antidepressiva vraagt, staat de huisarts hier wel voor open. Patiënten lijken echter net zo vaak een andere oplossing dan pillen te willen, bijvoorbeeld een verwijzing naar een psycholoog.
Ondanks hun stijgende populariteit zijn antidepressiva geen eenvoudig te gebruiken geneesmiddelen. Volgens de richtlijnen moeten ze na het verdwijnen van de klachten nog een half jaar geslikt worden, maar uit het NIVEL onderzoek blijkt dat bijna de helft van de patiënten (45,4%) ze korter dan zes maanden gebruikt. Dit komt onder andere vanwege de bijwerkingen. Juist in het begin zijn deze het heftigst, terwijl de patiënt dan nog geen positief effect voelt. NIVEL-onderzoeker Liset van Dijk: "Patiënten zijn vaak niet op de hoogte van deze bijwerkingen. Dit pleit voor betere communicatie tussen arts en patiënt."

bron:Nivel



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: