Onder de grootste vluchtelingengroepen blijken vooral de Iraniërs goede voortgang te boeken met integratie. In iets mindere mate geldt dit ook voor Afghanen. Het beeld is vooral voor Somaliërs minder gunstig. Dit blijkt uit de Integratiekaart 2006, waarin WODC en CBS de maatschappelijke ontwikkeling van allochtonen schetsen.

Vier grote vluchtelingengroepen
Sommige niet-westerse bevolkingsgroepen bestaan merendeels uit personen die als vluchteling naar Nederland zijn gekomen. De vier grootste zijn begin 2006 de Irakezen (44 duizend), Afghanen (37 duizend), Iraniërs (29 duizend) en Somaliërs (20 duizend). Samen vormen zij 7,5 procent van alle niet-westerse allochtonen.

Aandeel tweede generatie beperkt
De immigratie van deze vluchtelingengroepen is pas in de jaren negentig op gang gekomen. Daarom is het aandeel dat in Nederland is geboren (tweede generatie) nog klein. De tweede generatie is met een gemiddelde leeftijd van nog geen 10 jaar ook erg jong.

Goede prestaties in basisonderwijs
Jongeren uit vluchtelingengroepen doen het vrij goed in het basisonderwijs. Vooral de Iraanse meisjes en jongens en de Afghaanse jongens presteren goed in de Eindtoets Basisonderwijs. Ze scoorden in 2004 hoger dan het gemiddelde van alle niet-westerse groepen. Somalische kinderen boekten gemiddeld een lager resultaat.

Minder vaak betaald werk
Het aandeel werkenden lag alleen bij de Iraniërs boven de 40 procent. Van de Somaliërs was nog geen kwart werkzaam. Voor alle vluchtelingengroepen lag dit aandeel lager dan het gemiddelde van de totale niet-westerse bevolking. Personen uit de vluchtelingengroepen zijn echter het kortst in Nederland en mogen als asielzoeker niet gelijk betaalde arbeid verrichten. Het aandeel dat een uitkering ontving was dan ook relatief hoog. Een uitzondering hierop vormden de Iraniërs.

Vluchtelingengroepen meer in gemengde buurten
Mensen uit vluchtelingengroepen wonen relatief vaak in wijken met weinig niet-westerse allochtonen. De ontmoetingskansen met autochtonen zijn hierdoor groter dan voor andere niet-westerse bevolkingsgroepen. Dit kan de integratie bevorderen.

Somaliërs relatief vaak verdachte van misdrijf
Mogelijke problemen kunnen blijken uit het aandeel verdachten van misdrijven. Dit aandeel was met minder dan 3 procent betrekkelijk laag voor de eerste generatie Afghanen. Het aandeel verdachten lag aanzienlijk hoger voor Somaliërs. Onder de eerste generatie van 18 tot 25 jaar was dit aandeel bijna 8 procent.

bron:CBS