In het klooster van de Zusters Franciscanessen te Denekamp is in de nacht van dinsdag op woensdagkardinaal Johannes Gerardus Maria Willebrands overleden. Willebrands die van 1975 tot 1983 aartsbisschop van Utrecht was, kreeg vooral bekendheid als hoofd van het Vaticaanse Secretariaat voor de Eenheid.

Deugden
“Vroom, pastoraal bewogen, evenwichtig, eenvoudig, zeer intelligent, harde werker, uitstekend organisator, goed bestuurder, hardnekkig maar soepel onderhandelaar, kan situaties scherp analyseren, bezit ijzeren geheugen, heeft hekel aan officiële recepties en plechtigheden, verschuilt zich niet achter ondergeschikten.” Zo typeert weekblad De Tijd kardinaal Jo Willebrands vier maanden na diens installatie tot aartsbisschop van Utrecht in 1976.

Sfinxachtig
De lezer werd door De Tijd ook getrakteerd op zijn mindere karaktertrekjes: “Vrij fantasieloos, overdreven neiging tot abstractie, denkt diep maar traag, heeft geen antenne voor theologie maar denkt dat hij die wel bezit, kan soms sfinxachtig zijn, is van tijd tot tijd zeer hard, komt niet snel tot persoonlijke contacten, verschuilt zich bij gelegenheid achter nietszeggende diplomatie, bezit neiging tot belerend, docerend optreden, is meer man van het midden dan progressief.”

Jeugd
Johannes Gerardus Maria Willebrands werd geboren op 4 september 1909 in Bovenkarspel (Noord-Holland) als oudste zoon uit een gezin van 9 kinderen. Zijn vader, Herman Willebrands (die in 1975 op 91-jarige leeftijd overleed) was directeur van en veiling in Bovenkarspel-Grootebroek en zat in de besturen van verscheidene katholieke organisaties. De twaalfjarige Johannes (Jo) wilde aanvankelijk redemptorist worden, maar schakelde na een korte tijd over naar de ‘wereldheren’ en ging naar het kleinseminarie Hageveld in Heemstede. Zijn voortgezette priesterstudie vond plaats aan grootseminarie van Warmond. Jong priester in Rome
Op 26 mei 1934 werd Jo priester gewijd door. Omdat hij een begaafd student was, werd hij naar Rome gestuurd voor verdere studie. Hij studeerde aan het Angelicum, de pauselijke universiteit gerund door de dominicanen. Over zijn Romeinse jaren zei hij later (Elseviers Magazine, 1976): “Ik heb de prettigste herinneringen aan die tijd. Het was voor mij, komende uit Nederland en afkomstig uit een dorp, een eerste erving met de wereldkerk en eigenlijk alles wat naar Rome komt.” In 1937 promoveerde hij cum laude tot doctor in de filosofie op het proefschrift ‘De denkleer van kardinaal Newman en haar toepassing op de kennis van God door het geweten’. Kapelaan in Amsterdam
Teruggekomen in Nederland werd hij benoemd tot kapelaan aan het Amsterdamse Begijnhof. Dat bleef hij tot 1940. In dat jaar begon hij als docent wijsbegeerte aan het philosophicum Warmond, waarvan hij in 1945 directeur werd. Oecumene
Kardinaal Willebrands wordt vooral in verband gebracht met de oecumene, het streven van de christelijke kerken naar eenheid. In 1948, het jaar dat in het Amsterdamse Concertgebouw de Wereldraad van Kerken werd opgericht, trad Willebrands aan als voorzitter van de Apologetische Vereniging Petrus Canisius. Willebrands vormde deze contrareformatorische - zeg maar gerust antiprotestantse – club om tot de oecumenische Sint-Willibrordusvereniging. Deze organisatie werd onder zijn leiding het belangrijkste adviesorgaan van de Nederlandse bisschoppenconferentie inzake de oecumene.
 

bron:RKK