Het kiesstelsel leent zich niet voor experimenten. Dat stelt de Kiesraad in zijn advies over het voorstel van het kabinet om de voorkeurdrempel voor de Tweede-Kamerverkiezingen te verlagen van 25% naar 12,5% van de kiesdeler. De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, de heer A. Pechtold, had om een advies over dit voorstel gevraagd.

Enerzijds wil het kabinet de drempel voor kandidaten om bij voorkeur gekozen te worden verlagen. Maar tegelijkertijd stelt het een Burgerforum in dat gaat nadenken over een nieuw kiesstelsel. De Kiesraad vindt dit niet consistent. Ook mist de Kiesraad een motivering waarom het kabinet voorstelt de voorkeurdrempel op 12,5% te stellen.

Op het eerste gezicht lijkt de verlaging van de voorkeurdrempel een kleine wijziging. Maar de maatregel kan volgens de Raad een substantiële wijziging in ons bestaande lijstenstelsel teweeg brengen. Het voorstel kan als consequentie hebben dat het persoonlijke element in het kiesstelsel toeneemt en de invloed van politieke partijen sterk vermindert. Een mogelijk gevolg is ook het niet meer terugkomen in de Kamer van specialisten, die (nog) geen eigen achterban hebben of een weinig of nauwelijks publicitair aantrekkelijke portefeuille hebben.

De Raad heeft in zijn advies vooral gekeken naar de gevolgen van de verlaging van de voorkeurdrempel. Hij spreekt zich in zijn advies niet positief of negatief uit over deze gevolgen. Maar de Raad vindt het van belang dat er een goed beeld wordt gegeven van de mogelijke effecten van de verlaging van de voorkeurdrempel.

bron:Kiesraad