Het Letterkundig Museum ontving onlangs de literaire nalatenschap van Max Velthuijs (1923-2005). Velthuijs, die internationale bekendheid verwierf met zijn Kikker-boeken, begon pas op latere leeftijd met illustraties voor jeugdliteratuur. Na jarenlang in het reclamevak te hebben gezeten, debuteerde hij in 1962 met Versjes die wij nooit vergeten. Aanvankelijk illustreerde Velthuijs voor anderen, later ging hij ook zelf teksten schrijven. Al snel verwierf hij een groot publiek.

Velthuijs' beroemdste creatie , Kikker, (ook wel zijn alter ego genoemd), zag in 1989 het levenslicht. Na Kikker is verliefd, dat in talloze talen werd vertaald, volgden nog vele avonturen van de groene kikker met rood-wit gestreepte broek en zijn vrienden Haas, Rat, Varkentje en Eend. In zijn prentenboeken wist Velthuijs met schijnbaar moeiteloze eenvoud alledaagse dingen en emoties zoals verliefdheid, vriendschappen en verdriet weer te geven.

In 2003 wijdde het Letterkundige Museum een tentoonstelling aan deze belangrijke jeugdillustrator. Tegelijk verscheen de biografie Ik bof dat ik een kikker ben van Joke Linders. Een jaar later ontving Velthuijs, winnaar van vele Zilveren en Gouden Griffels en Penselen, de hoogste internationale onderscheiding op het gebied van jeugdliteratuur, de Hans Christian Andersenprijs. De jury loofde zijn vermogen kinderen te begrijpen en hun twijfels, angsten en vreugdes te verbeelden. Begin 2005 overleed Max Velthuijs op 81-jarige leeftijd.

Velthuijs' literaire nalatenschap bestaat uit vele originele en kleurrijke illustraties van onder meer de diverse Kikker-boeken en andere prentenboeken zoals Het goedige monster en de rovers (1976) en De
schilder en de vogel (1972). Ook talrijke schetsboeken met aanzetten, aantekeningen en storylines behoren hier toe. Hoe geliefd Velthuijs en Kikker zijn, blijkt uit de stapels fanmail die de illustrator ontving. Veel jeugdige lezers stuurden hem hun eigen Kikker-tekeningen.

Tot en met zondag 30 oktober is in de studiezaal van het Letterkundig Museum een vitrine met een keuze uit deze nalatenschap te zien.

bron:Letterkundig Museum