LPF-Kamerlid Wien van den Brink vindt dat minister Veerman (LNV) de schade, die
fruittelers in de Noordoostpolder hebben geleden als gevolg van extreme vorst, moet aanmerken als calamiteit en ruimhartig moet compenseren. 'Het kan niet waar zijn, dat deze fruittelers en hun gezinnen door een enkele gebeurtenis hun hele bedrijf en toekomst verliezen.'

Afgelopen week sprak LPF-Kamerlid Wien van den Brink verschillende fruittelers in de omgeving van Marknesse. Nachtvorst in het voorjaar met temperaturen van -5 tot -7 graden komt regelmatig voor. De fruittelers beschermen de bomen in deze meest kwetsbare periode door te beregenen, zodat een laagje ijs de knop beschermt. Maar begin maart vroor het plotseling 20 graden! Van den Brink: 'Dat was geen nachtvorst meer, dit was funest.' Bij kersen-, appel- en perenbomen was de ontwikkeling na een zachte winter al vroeg op gang gekomen. Deze plotselinge vorst vernielde voor een groot deel de knoppen en ook de takken.

De gevolgen zijn nu pas goed zichtbaar. Geen kersen, nauwelijks peren en weinig appelen. En wat er aan fruit aan de bomen hangt, heeft een matige kwaliteit. Bovendien is nog onzeker of de aangetaste bomen zich volledig kunnen herstellen en volgend jaar wel weer normaal vrucht kunnen dragen.

Minister Veerman heeft deze gebeurtenis aangemerkt als bedrijfsrisico en suggereert dat de fruittelers zich hiertegen maar moeten verzekeren. Wien van den Brink is het pertinent oneens met hem. 'Als er sprake zou zijn geweest van nachtvorst na een normale winter, zou ik de minister gelijk geven, maar hier hebben we niet te maken met een bedrijfsrisico, maar met een calamiteit als gevolg van een zachte winter, gevolgd door een korte, zeer heftige vorstperiode. De fruittelers konden zich hiertegen op geen enkele wijze wapenen. Sterker nog, zoiets is nog nooit voorgekomen.'

bron:LPF