Sinds februari raast door Angola een enorme cholera-epidemie. Op 14 mei waren in totaal al meer dan 34 duizend mensen besmet. De helft hiervan zijn inwoners van de hoofdstad Luanda en elke dag komen daar 500 mensen bij. De watervoorziening en hygiëne in de sloppenwijken van Luanda, waar de uitbraak begon, zijn rampzalig. Hoewel de Angolese autoriteiten initiatieven hebben ondernomen om de uitbraak te stoppen, roept Artsen zonder Grenzen de Angolese regering en internationale (hulp)organisaties op krachtiger op te treden: toegang tot veilig en gratis water voor de drie miljoen inwoners van de sloppenwijken moet gegarandeerd worden.

De dodelijke ziekte cholera kan zich razendsnel verspreiden via bacteriën, onder meer door besmet water. Drie miljoen inwoners van de sloppenwijken van Luanda kampen met een chronisch gebrek aan schoon en gratis water. Er is nauwelijks stromend water, de meeste mensen zijn afhankelijk van duur water van particuliere handelaars. Vanwege de hoge prijzen moeten zij noodgedwongen ook besmet water gebruiken. In combinatie met een gebrek aan toiletten, behoorlijke riolering en vuilnis dat niet opgehaald wordt, kan cholera zich als een lopend vuurtje door de sloppenwijken verspreiden. Zonder schoon water kan de cholera-epidemie niet gestopt worden.
In totaal zijn er meer dan 1.200 mensen aan cholera bezweken, ofwel 10 doden per dag. Teams van Artsen zonder Grenzen werken in 18 cholerabehandelcentra in Angola: in Luanda (10 centra met een totale capaciteit van 700 bedden), Benguela, Bengo, Malanje, Biè, Huila, Huambo, Cuanza Norte en Uige. In totaal hebben zij 20.000 cholerapatiënten behandeld. Hiervoor heeft Artsen zonder Grenzen meer dan 400 ton medische & logistieke goederen naar Angola gestuurd en 70 internationale en 1000 Angolese medewerkers ingeschakeld.

bron:AZG