De Waddenvereniging, It Fryske Gea en de stichting Verantwoord Beheer IJsselmeer hebben de bestuursrechter gevraagd om een twee weken durende oefening met 38 jachtvliegtuigen in het Waddengebied met onmiddellijke ingang stil te leggen. De rechter heeft dit verzoek afgewezen.

De milieuorganisaties hebben aangevoerd dat de oefening door een besluit van de staatssecretaris van Defensie van 19 september 2005 mogelijk wordt gemaakt. De rechter denkt daar anders over. De luchtmacht kan binnen de geldende wet- en regelgeving oefeningen houden. Dat de staatssecretaris een drietal gebieden heeft aangewezen waarbinnen tijdens de oefening geen burgerluchtvaart mag plaatsvinden, betekent nog niet dat hiermee toestemming wordt gegeven voor de oefening. In zoverre dient het besluit slechts de luchtverkeersveiligheid.

Alleen voor zover in het besluit van 19 september 2005 vrijstelling wordt verleend van minimum vlieghoogten, wordt het besluit door de rechter getoetst aan de bepalingen van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Hierbij heeft de rechter acht geslagen op informatie van de zijde van de Waddenvereniging c.s. waaruit blijkt dat vogels niet worden verstoord door vliegtuigen die een hoogte van minimaal 300 meter aanhouden. Uit de gegevens van de staatssecretaris blijkt, dat boven de Waddenzee niet lager dan 600 meter wordt gevlogen en daarbuiten boven vogelgebieden niet lager dan 300 meter. Hiervan wordt alleen afgeweken in de aanloop naar de echte laagvliegzones.

Mede gelet op het tijdelijk karakter van de oefening "Frisian Flag 2005" komt de rechter tot de conclusie dat het niet aannemelijk is dat de oefening significante effecten zal hebben op de trekvogels die zich in het Waddengebied bevinden.

bron:Rechtbank Leeuwarden