De eerste contractonderhandelingen bij het experiment met vrije fysiotherapieprijzen zijn niet zonder problemen verlopen. De problemen concentreerden zich rond het onderhandelingsproces. Voor de publieke belangen kwaliteit, toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg zijn geen negatieve gevolgen geconstateerd.

Het jaar 2005 moet vooral als overgangsjaar worden beschouwd. De ervaringen kunnen bijdragen aan betere onderhandelingen voor het jaar 2006. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de oriënterende monitor van het College tarieven gezondheidszorg / de Zorgautoriteit in oprichting (CTG/ZAio),  waarin de onderhandelingen voor het jaar 2005 op hoofdlijnen zijn
geïnventariseerd.

Onderhandelingen
De late inwerkingtreding van de wettelijke kaders die vorm geven aan het experiment hadden invloed op het onderhandelingsproces. De verzekeraars sloten geen individuele contracten af met de fysiotherapeuten, omdat ze onder grote tijdsdruk stonden. Er werd gebruik gemaakt van standaardcontracten, waarover, met uitzondering van enkele verzekeraars, geen onderhandelingen mogelijk waren. Fysiotherapeuten voelden zich door de late regelgeving gedwongen om te tekenen en hadden daarom in hun beleving geen keuze een contract naast zich neer te leggen. Zorgverzekeraars zeggen in 2006 meer differentiatie in contracten te zullen aanbrengen om innovatie en kwaliteit te belonen.

Betaalbaarheid
De prijs was het belangrijkste thema. De contractprijs voor een gewone behandeling, de 'reguliere zitting', is gemiddeld met 13% gestegen. Deze stijging viel een fors aantal fysiotherapeuten tegen, zij hadden op een grotere stijging gerekend. Deze verwachting was gebaseerd op een aantal in het verleden uitgebrachte rapporten, waarin geconcludeerd werd dat het door CTG vastgestelde tarief te laag was. Verzekeraars menen dat met de stijging van de tarieven wel een inhaalslag is gemaakt. De 'passantentarieven' stellen fysiotherapeuten zelf vast; deze liggen zo'n 6% hoger dan de contractprijzen die met de verzekeraars zijn afgesproken. Deze tarieven gelden voor onverzekerde personen en voor personen die verzekerd zijn bij verzekeraars waarmee de fysiotherapeut geen contract heeft gesloten.

Kwaliteit
In de contracten zijn standaardkwaliteitseisen opgenomen, maar nog geen individuele afspraken over kwaliteit en innovatie. Buiten de standaardcontracten om zijn in diverse regio's wel concrete afspraken over kwaliteit en innovatie gemaakt.

Toegankelijkheid
Zorgverzekeraars hebben met ruim 95% van de fysiotherapeuten een contract gesloten. De fysiotherapeutische zorg lijkt daarmee even toegankelijk als in de periode van và³à³r de vrije prijsvorming.

Volgende monitor
In december 2005, als er meer gegevens beschikbaar zijn, publiceert CTG/ZAio de eerste volledige monitor over de effecten van de vrije prijzen op de fysiotherapiemarkt. In die rapportage wordt uitgebreider stilgestaan bij de marktstructuur en recente ontwikkelingen op het gebied van vraag en aanbod in deze markt. Ook zal de rapportage nadrukkelijk aandacht besteden aan de ervaringen van patiënten met het experiment. In mei 2006 brengt CTG/ZAio een monitor uit over de contractonderhandelingen voor 2006.

Sinds de start van het experiment met vrije prijsvorming 1 februari 2005  mogen
vrijgevestigde fysiotherapeuten en zorgverzekeraars zelf over de prijzen onderhandelen. Het experiment moet fysiotherapeuten een stimulans geven voor innovatie, variatie  in het aanbod en ondernemerschap. Op verzoek van het Ministerie van VWS volgt CTG/ZAio de ontwikkelingen in deze markt tijdens de experimenteerfase. De eerste bevindingen zijn gepubliceerd in de 'Oriënterende Monitor Fysiotherapie'. Met name is onderzocht of met de invoering van de vrije prijzen de publieke belangen zijn gewaarborgd: de kwaliteit, de toegankelijkheid
en de betaalbaarheid van de fysiotherapeutische zorg.

bron:CTGZorg