De politie heeft onlangs na een onderzoek een serie winkeldiefstallen opgelost. De verdachten betreffen 21 meisjes in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar. Twintig verdachten wonen in Delfzijl en één in Appingedam. In totaal werden vijftig zaken opgelost.

De politie kwam de meisjes op het spoor met behulp van informatie uit de groep jeugd. De verdachten moesten zich druppelsgewijs op het politiebureau melden. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er geen leiders in de meidengroep waren. Wel werd gebruik gemaakt van de ervaring van enkele meisjes op het terrein van winkeldiefstal. Alle winkeldiefstallen werden in de periode november 2005 tot en met augustus 2006 in Delfzijl gepleegd.

‘Fopspeenhype’
De buit bestond vooral uit oorbellen, cosmetica, kleding en zonnebrillen. Opvallend was de diefstal van fopspenen uit een winkelbedrijf in Delfzijl. Enkele verdachten kwamen door het zien van een baby met een fopspeen op het idee om fopspenen te stelen. Hierna besloten de verdachten met spenen in de mond op straat te lopen. Na deze diefstal volgden nog diverse fopspeendiefstallen door de meidengroep. Het betrof hier een tijdelijke ‘fopspeenhype’.

Sensatie en spanning
Uit de verhoren werd duidelijk dat de meidengroep de winkeldiefstallen uit spanning en sensatie hebben gepleegd. Drie verdachten hadden al een strafblad. De overige meisjes hadden nog een schone lei en waren ‘first offender’. De politie heeft de zaak inmiddels afgerond. Achttien verdachten zijn aangemeld bij buro Halt om een alternatieve straf te ondergaan. Tegen de andere drie verdachten wordt proces-verbaal opgemaakt.

Verminderen
De jeugdagenten van basiseenheid Delfzijl draaiden het onderzoek. Hieruit kwam naar voren dat winkeldiefstallen onder de jeugd aanzienlijke vormen heeft aangenomen. De politie gaat bekijken hoe het aantal winkeldiefstallen kan worden verminderd.
 
bron:Politie Groningen