Middellandse zeebegied op termijn misschien te heet voor zomervakantie



Als de klimaatverandering op aarde doorgaat in het huidige tempo kan het over enkele tientallen jaren in het Middellandse Zeegebied wel eens te heet zijn voor de zomervakantie. Daarentegen worden naar verwachting de noordelijke Europese landen, vooral de regio's langs de Oostzeekust, op den duur wel veel aantrekkelijker voor de zon-en-strand toerist. Dat zegt Alvaro Moreno Sanchez in zijn studie naar de gevolgen van klimaatverandering op het toerisme in Spanje en andere Europese regio's.

Moreno, een Spaanse student die zijn studie aan Wageningen Universiteit voltooide, onderzocht de condities die de Spaanse costa's voor de strandtoerist zo aantrekkelijk maken en hoe dat over pakweg 75 jaar zou zijn. Zijn conclusie: klimaatverandering kan voor een grote verschuiving zorgen in de stroom toeristen die op zoek is naar een strand waar heerlijke temperaturen heersen, de zon langdurig schijnt en het nauwelijks regent. Mogelijk is het dan in de zomer langs de Spaanse oostkust, op de Balearen, maar ook verderop aan de Middellandse Zeekust, zo heet dat het er niet meer aangenaam is voor een vakantie, terwijl je daar in het voor- en najaar juist heel goed naar toe kunt gaan, zegt Moreno. Wie in de zomervakantie een aangename strandvakantie wil hebben, moet het misschien veel noordelijker zoeken, zoals aan de Zweedse en Finse kust of in de Baltische landen. Zelfs in het noorden van de Botnische Golf (tot tamelijk noordelijk in Finland) wordt het in 2080 aan de kust goed toeven.

"Klimaatverandering zal een ingrijpende economische invloed hebben op de Mediterrane landen die nu nog sterk op toerisme drijven", aldus Alvaro Moreno. "Als je kijkt naar een land als Spanje, dan zie je dat het zo'n tien procent van het Bruto Nationaal Product uit het toerisme haalt. Als je dan ook nog bedenkt dat van de ruim 53 miljoen toeristen jaarlijks rond 84 procent de Spaanse oostkust en de eilanden bezoekt, het merendeel in de zomer, dan besef je welke belangen er op het spel staan."

Moreno baseert zijn conclusies op berekeningen aan de hand van de zogenaamde Toerisme-Klimaat Index (TCI), waarin de waardering is opgenomen voor temperatuur, neerslag, uren zonneschijn en de wind. De index heeft een schaal van -20 tot 100, waarbij 40 de grens is tussen 'ongunstig' en 'acceptabel' en bij 80 de waardering overgaat van 'zeer goed' naar 'uitstekend'. Het blijkt dat de waarden voor de Spaanse oostkust in juli nu nog uitstekend zijn (Barcelona, 86)), maar in 2080 in de zomermaanden terugvallen op een niveau dat de toerist nog net acceptabel (iets boven de 40) vindt. De temperatuur speelt daarbij de belangrijkste rol. Alvaro Moreno"Kijk je nu naar het voor- en najaar, dan stijgen de waardes voor Spanje."
Ook elders in Europa verschuiven de waardes. Het seizoen dat een verblijf in Scheveningen zeer aangenaam is, wordt later deze eeuw een stuk langer (tussen medio mei en eind september beweegt de waardering zich tussen 75 en 80).

Alvaro Moreno Sanchez studeerde af bij prof dr. Rik Leemans, hoogleraar Milieusysteemanalyse, die met zijn vakgroep veel (internationaal erkende) expertise heeft opgebouwd rond klimaatverandering. Moreno gaat als AIO met promotieonderzoek aan de Universiteit Maastricht verder met onderzoek naar het effect van klimaatverandering op toerisme.

bron:Universiteit Wageningen



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: