De nieuwe bijstandswet heeft een grote invloed op het aantal mensen met een bijstandsuitkering. Gemeenten laten minder mensen toe tot de bijstand door een strengere controle aan de poort. Ook doen ze meer moeite om mensen die al een uitkering hebben aan werk te helpen. Dat blijkt uit een analyse die staatssecretaris Van Hoof naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Gemeenten zijn sinds begin 2004, toen de Wet werk en bijstand van kracht werd, zelf verantwoordelijk voor de bijstand. Het Rijk geeft ze een vaste som geld om de uitkeringen te betalen. Als gemeenten geld overhouden, mogen ze het overschot houden. Komen ze tekort, dan moeten ze dat zelf aanvullen. Het is de bedoeling dat gemeenten hierdoor worden geprikkeld het aantal mensen met een uitkering zo laag mogelijk te houden. Dat kan door zoveel mogelijk uitkeringsgerechtigden naar een baan te bemiddelen, alerter te zijn op fraude en door strenger te controleren als iemand bijstand aanvraagt.

In het eerste jaar van de nieuwe bijstandswet nam het aantal mensen met bijstand nog licht toe met 3000. Maar gezien de slechte economische situatie en de toegenomen werkloosheid in de jaren ervoor, viel de stijging veel lager uit dan verwacht. In totaal waren er in december 2004 339.000 bijstandsgerechtigden. Een jaar later zijn dat er 11.000 minder. In januari van dit jaar zette de daling verder door. Gemeenten bieden meer mensen een opstap naar werk. In 2004 stijgt het aantal mensen dat met een reïntegratietraject begint met bijna 9000 en stromen 12.000 mensen meer uit de bijstand. Dit zijn zowel mensen die kort in de bijstand zitten, als mensen die langere tijd een uitkering hebben gehad.
Tussen de gemeenten zijn grote verschillen. Bij sommigen daalt het aantal bijstandsgerechtigden, terwijl bij anderen juist sprake is van een toename. De staatssecretaris denkt dat veel gemeenten de uitvoering kunnen verbeteren. De onderlinge verschillen lijken te groot om er vanuit te gaan dat ze alleen worden veroorzaakt door factoren waar gemeenten geen invloed op hebben, zoals conjuncturele factoren. Het aantal bijstandsgerechtigden onder alleenstaande ouders neemt iets sneller af dan onder andere groepen. Ruim een jaar na invoering van de wet hebben nog 88.950 alleenstaande ouders een uitkering. Vlak voor invoering van de wet waren dat er bijna 5000 meer. Alleenstaanden met kinderen jonger dan vijf jaar zijn door de WWB niet meer automatisch vrijgesteld van de verplichting werk aan te nemen. Net als in 2004 hebben gemeenten vorig jaar minder geld uitgegeven aan uitkeringen dan ze van het Rijk ontvangen. In 2004 hielden ze ongeveer 300 miljoen euro over. In 2005 hebben ze naar schatting 235 miljoen euro overgehouden van de 4,6 miljard euro.
bron:SZW