Ministeries breiden gezamenlijke aanpak problematische schulden uit



De ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Justitie, Financiën en
Economische Zaken gaan intensiever samenwerken in de aanpak van problematische schulden. Doel van het kabinetsbeleid is zoveel mogelijk te voorkomen dat mensen in schulden belanden die ze niet kunnen aflossen. Dit gebeurt onder andere door
voorlichtingscampagnes, door regels te stellen aan kredietverstrekkers en door herziening van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Dit blijkt uit de nota Het rijk rond schulden, die staatssecretaris Van Hoof van SZW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, mede namens minister Donner van Justitie, minister Zalm van Financiën en staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken. De nota geeft een overzicht van de maatregelen en de samenwerking tussen de diverse ministeries op het gebied van schuldhulpverlening en schuldsanering. Het ministerie van Financiën neemt maatregelen om tegen te gaan dat mensen zich overmatig in de schulden steken. In de Wet financiële dienstverlening staan regels voor credietaanbieders en kredietbemiddelaars. Zij moeten consumenten zodanig informeren
over de verplichtingen die ze aangaan, dat ze goed kunnen beoordelen of ze zich de lening kunnen veroorloven. Misleidende informatie is verboden en de reclame voor kredieten wordt aan banden gelegd. Ook moeten de aanbieders van kredieten verplicht toetsen of degene die de lening wil aangaan wel kredietwaardig is. Is de lening financieel niet verantwoord, dan mag de aanbieder geen overeenkomst aangaan. De Wet financiële dienstverlening treedt naar verwachting op 1 januari 2006 in werking. In aanvulling daarop heeft het ministerie van Financiën extra maatregelen aangekondigd om overkreditering te voorkomen. Het gaat om een verlaging van de maximale rente die kredietverstrekkers mogen rekenen en om uitbreiding van de schuldenregistratie.

Bovendien worden kredietaanbieders verplicht bij leningen vanaf 250 euro de kredietwaardigheid van de klant te toetsen bij het BKR. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid financiert campagnes om jongeren bewust te maken van de gevaren van leningen en kopen op krediet. Uit onderzoek blijkt namelijk dat veertig procent van de werkende jongeren schulden maakt en geld leent. SZW verstrekt onder meer projectsubsidies aan het Nibud, dat informatie en advies biedt over geldzaken. Jongeren en hun ouders krijgen daarbij speciale aandacht, bijvoorbeeld in de vorm van een financiële opvoedtest en een geldwijzer om ouders te helpen hun kinderen te leren omgaan met geld. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen doet voorstellen om in het voortgezet onderwijs aandacht te besteden aan consumeren en
budgetteren.

Bij de aanpak van schulden spelen gemeenten een belangrijke rol. Zij kunnen veelal
integrale ondersteuning aanbieden aan mensen die wegens schulden in de problemen raken, in de vorm van schuldhulp, budgetbegeleiding en psychosociale hulp. Gemeenten kunnen van SZW subsidie krijgen voor vernieuwende projecten op het gebied van integrale schuldhulpverlening. Voorbeelden zijn de gemeente Arnhem die inwoners een zelfhulppakket schuldhulpverlening biedt en de gemeente Utrecht die mensen via huisbezoeken extra ondersteunt in hun financiële administratie. In opdracht van onder meer SZW doet het Sociaal Cultureel Planbureau onderzoek naar het zogenoemde 'niet-gebruik' van voorzieningen. Dit om te voorkomen dat mensen die recht hebben op inkomenssteun (zoals lokale kwijtscheldingsregelingen, huursubsidie en bijzondere bijstand) daarvan geen gebruik maken en daardoor in de financiële problemen raken.

Schuldhulpverlening start met een zogenoemd minnelijk traject, waarin geprobeerd wordt met de schuldeisers een vrijwillige betalingsregelin g te treffen. Lukt dat aantoonbaar niet, dan kunnen particulieren en kleine ondernemers in aanmerking komen voor een wettelijke schuldsaneringsregeling op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Deze wet, waarvoor het ministerie van Justitie verantwoordelijk is, is het laatste redmiddel. Doel van de wet is om te voorkomen dat mensen met problematische schulden tot in lengte van dagen door schuldeisers worden achtervolgd. Na een streng afbetalingstraject van drie jaar, waarbij de schuldenaar leeft rond het bijstandsminimum, kan de schuldenaar van de rechter een schone lei krijgen. De resterende schulden worden dan kwijtgescholden. Uit recent onderzoek blijkt dat twee op de drie mensen die zo'n wettelijk schuldsaneringstraject zijn begonnen eindigen met een schone lei.

Uit cijfers van de schuldhulpverleningsorganisaties blijkt dat het beroep op de
schuldhulpverlening van 2003 op 2004 met zo'n 13 procent is gestegen. Steeds vaker lukt het niet om een minnelijke schikking te treffen en nemen mensen hun toevlucht tot het intensieve wettelijke afbetalingstraject. Om te voorkomen dat mensen onnodig dit strenge traject moeten doorlopen, heeft het ministerie van Justitie een herziening voorgesteld van de Wsnp. Deze houdt in dat schuldeisers gedwongen kunnen worden mee te werken aan een vrijwillige betalingsregeling als daar redelijke mogelijkheden voor een oplossing liggen. Daarnaast komt er een betere selectie van schuldenaren die worden toegelaten tot de wettelijke regeling. Sterker dan nu zal worden gekeken of mensen in staat en bereid zijn om aan de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling te voldoen. De procedure wordt eenvoudiger, doordat omslachtige verplichtingen voor de rechter en de bewindvoerder verdwijnen. De wetswijziging ligt voor behandeling in de Tweede Kamer. Binnenkort wordt bovendien gekeken hoe het vrijwillige en het wettelijke traject beter op elkaar kunnen aansluiten.

Om de kwaliteit van de private schuldhulpverleners te stimuleren, brengen de ministeries van EZ en SZW de betrokken organisaties bijeen om te overleggen over eventuele vrijwillige certificering, zodat de consument onderscheid kan maken tussen bonafide bemiddelaars en mogelijk malafide aanbieders. Vrijwillige certificering houdt in dat de sector zelf kwaliteitsnormen stelt en die door een onafhankelijke partij laat controleren. Verder blijft private schuldbemiddeling mogelijk, zolang het niet tegen betaling gebeurt.

Bij ondernemers die kampen met overmatige schulden, zijn de omstandigheden vaak anders dan bij particulieren. Het gaat vaak om grotere bedragen en ook de oorzaken zijn over het algemeen anders. In deze situatie is er meestal geen sprake van eerstelijnshulp in een minnelijk traject. Daarom subsidiëren SZW, Justitie en EZ een regionaal proefproject in Friesland. Daarin wordt gekeken naar de mogelijkheden van vrijwillige
schuldhulpverlening voor ondernemers. Het ministerie van Economische Zaken geeft verder onder meer het Geldboek voor ondernemers uit, waarin kleine startende ondernemers worden voorbereid op geldzaken, zoals het omgaan met veelal wisselende inkomsten en extra uitgaven.

bron:SZW



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: