De huisartsenzorg in Nederland is over het algemeen goed, zo blijkt uit een onderzoek door het NIVEL in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het onderzoeksinstituut NIVEL heeft in samenwerking met de beroepsgroepen en de onderzoeksinstelling WOK een lijst met indicatoren voor de huisartsen opgesteld. Met deze indicatoren kan de kwaliteit van de zorgverlening door huisartsen worden onderzocht. Indicatoren zijn meetbare aspecten van de zorg die een aanwijzing geven over de kwaliteit en veiligheid van de zorg.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt geen direct toezicht op individuele
zorgverleners zoals huisartsen. Met 8000 huisartsen en 100 inspecteurs is dat ook niet mogelijk. De inspectie kan niet bij iedere huisarts in de spreekkamer gaan zitten. Via steekproeven langsgaan bij een huisarts is ook niet effectief, omdat iedere huisarts dan slechts eens in de 50 jaar een inspecteur op bezoek zou krijgen. De inspectie wil efficiënter toezicht houden op de huisartsen en dat kan met indicatoren.

De indicatoren gaan bijvoorbeeld in op de toegankelijkheid van de huisarts of de mate waarin men zich aan de richtlijnen houdt, zoals het voorschrijven van antibiotica. Deze indicatoren zijn getoetst aan de gegevens die in 2001 verzameld zijn bij een groot onderzoek onder 104 huisartspraktijken en 12.500 patiënten (zie ook:www.nivel.nl/nationalestudie). Daaruit blijkt dat huisartsen goed toegankelijk zijn: patiënten kunnen meestal binnen een werkdag bij de huisarts terecht. De huisarts handelt het grootste deel van de consulten zelf af (96%) en is terughoudend met doorverwijzen.

Voor wat betreft het voorschrijven van antibiotica is de Nederlandse huisarts vergeleken met buitenlandse collega's zeer terughoudend. Het gemiddeld aantal recepten is 274 per 1000 patiënten per jaar. Als een huisarts daar ver boven zit, houdt hij zich niet goed aan de richtlijnen: dan kan het risico op resistentieproblemen bijvoorbeeld toenemen.

Met behulp van indicatoren kan de inspectie beter risico's signaleren en huisartsen naar hun prestaties vragen. Met de indicatoren krijgen de huisartsen ook beter inzicht in hun eigen functioneren en kunnen zo gericht zelf verbeteringen doorvoeren. Als naar aanleiding daarvan twijfels zijn over het niveau van zorg, kan de inspectie nader onderzoek doen bij de praktijk.

bron:IGZ